Freek de Jonge moet zich avond aan avond nederig opstellen naar zijn publiek: volgens de cabaretier heb je het publiek nodig en werkt het anders niet. Daarom vindt hij het maar raar als mensen denken dat hij arrogant is, vertelt hij in de VARAgids.

"Als je er allerlei gedachtes bij gaat halen - van: o jee, en als dat, hoe moet ik dan zus, en dan ga ik af, en zus en zo - dan lukt het niet. En dan moet je nog het geluk hebben dat het publiek erin meegaat. Als jij angst uitstraalt, klappen ze dicht en stimuleren ze niet. Er moet ook sprake zijn van devotie, van overgave", aldus de 76-jarige De Jonge.

Volgens de cabaretier is het onmogelijk arrogant te zijn in zijn vak. "Dat kan helemaal niet. Je moet nederig zijn naar je talent, je moet klein zijn voor je vak. Je moet door de knieën. Als jij denkt: dit gaan we wel even doen, dan ga je verschrikkelijk nat."

De Jonge vond try-outs de laatste jaren steeds moeilijker worden: hij merkte dat het publiek er zat met een verwachtingspatroon. "En je hebt zelf nog géén idee. Dat is het mooie van zo'n programma, dat openbaart zich langzamerhand voor je en je ziet opeens de enorme mogelijkheden. Alle dingen die stuklopen, die gooi je er uiteindelijk uit, en de dingen die openbarsten van mogelijkheden, daar ga je mee verder."

De Jonge vindt het jammer dat mensen naar zijn zeggen het gevoel dat hij leuk is "kwijt zijn". Hoe dat komt, weet hij niet. "Het kan misschien zijn oorzaak vinden in de pretentie die je zelf hebt uitgestraald. Een beetje de hoogmoed. Ik had de indruk dat ik de wijsheid in pacht had. Maar vooral ook die wat harde toon naar mensen en collega's, dat had minder gekund."