Bert Visscher werd het afgelopen jaar "finaal uit zijn ritme gehaald" door de coronacrisis en merkte dat hij daardoor lui werd.

"Wat ik heel graag doe is optreden, uit eten gaan en naar ons huis in Zuid-Italië afreizen", vertelt de zestigjarige cabaretier in het AD. "Dat kan allemaal niet."

Toch prijst hij zich gelukkig. "We zijn gezond, financieel is er gelukkig nog niks aan de hand en ik heb nu veel tijd met Pien en Mink (zijn vrouw en zoon, red.)."

Wel mist Visscher "het kapot zijn op vrijdagavond, na vier voorstellingen in een week". "Zaterdag lang in je ochtendjas de krant lezen, uit eten met het spul en op zondag bij Minks hockeywedstrijd kijken. Dat allemaal met het prettige gevoel dat je het verdiend hebt, na een week hard werken. Ik word lui, voor het eerst in mijn leven."

Zijn vrouw spoorde hem daarom aan om eindelijk te beginnen aan het boek over zijn carrière, dat hij al langer wilde schrijven. "Ze had gelijk, ik heb er zo'n lol mee gehad." Het resultaat, Dat wordt nooit wat, verschijnt dinsdag.