Jeroen van Merwijk is op woensdag 3 maart overleden aan de gevolgen van darmkanker. De cabaretier en kunstschilder maakte zijn leven lang gebruik van zijn cynische humor en taalgevoel.

Na een afgebroken studie Nederlands, volgde hij vanaf zijn 23e een studie in de sectie schilderkunst aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag. Deze opleiding sloot hij in 1983 cum laude af, waarna hij in binnen- en buitenland exposeerde.

Jaren voordat hij afstudeerde, werkte van Merwijk al mee aan hoorspelachtige en vrijzinnige radioprogramma's als Rauhfaser en Krachtvoer. Veel later werkte hij mee aan het programma Spijkers met Koppen. Van Merwijk bewoog zich gedurende zijn leven door verschillende disciplines. Deze veelzijdigheid zou een van zijn sterkste punten worden.

Enkele jaren na zijn afstuderen richtte hij samen met Cees Rutgers de cabaretgroep Meester Cornelis op. Het gezelschap bestond maar even, maar vormde de aftrap van Van Merwijks podiumcarrière die aanvankelijk tot 1996 zou duren.

Na de eeuwwisseling legde Van Merwijk zich toe op het schrijven van educatieve series, cursusboeken, columns en liedjes. Voor het lied Dat vinden jongens leuk ontving Van Merwijk in 2006 de Annie M.G. Schmidtprijs.

Zeven jaar later meldde Van Merwijk zich terug in de theaters, maar dat was van korte duur. Met zijn voorstelling Er zijn nog kaarten luidde hij wederom zijn afscheid van het toneel in. Geheel in de stijl van zijn humor, besloot de kleinkunstenaar in 2019 toch nog een keer terug te komen. Dat deed hij met zijn oudejaarsconference Was volgend jaar maar vast voorbij. Een jaar later kwam hij terug met de conference Zullen we dit jaar gewoon een keertje overdoen?.

In februari vorig jaar maakte Van Merwijk bekend dat hij uitgezaaide darmkanker had.

"Ik wil jullie danken voor het in mij gestelde vertrouwen. En wie weet kom ik ooit in de toekomst, à la Herman Finkers, met een spectaculaire comeback. Tot het zover is, wens ik jullie heel veel sterkte en wijsheid en vooral ruggengraat in deze barre tijden. Een hartelijke groet en ik zou zeggen: leve de kunst!"