De regering van de niet-officieel erkende Republiek der Zuid-Molukken (RMS) wil de Zuid-Molukse vlag terug die in 1977 op de gekaapte trein bij De Punt hing. De vlag zou bij de beëindiging van de kaping zijn buitgemaakt door Nederlandse mariniers. De RMS doet het teruggaveverzoek maandag in een brief aan het Nederlandse kabinet, die NU.nl in handen heeft.

Negen gewapende Zuid-Molukkers kaapten in 1977 een trein bij het Drentse dorp De Punt. Toen de Nederlandse krijgsmacht de gijzeling na negentien dagen beëindigde, kwamen twee treinpassagiers en zes kapers om het leven. De Molukse gemeenschap in Nederland ziet de kaping als onderdeel van haar onafhankelijkheidsstrijd.

De kapers hadden de vlag tijdens de gijzeling in bruikleen van de RMS, stelt zij in een brief aan demissionair premier Mark Rutte. Inmiddels hangt het doek in het Mariniersmuseum in Rotterdam. "De vlag is na beëindiging van de gijzelactie 'buitgemaakt' door de mariniers en hoort niet thuis in het museum."

Volgens RMS-president John Wattilete staat de Zuid-Molukse vlag symbool voor de onafhankelijkheidsstrijd van de Zuid-Molukken. Daarom leende de RMS de vlag aan de kapers uit, op diens verzoek. "De vlag is verbonden aan de gijzeling in De Punt", aldus Wattilete in gesprek met NU.nl.

Wat leidde tot de treinkaping in De Punt?

  • In 1949 werd de Nederlandse kolonie Indonesië na een bloedige strijd onafhankelijk.
  • Nederland verplichtte de Molukkers die aan de zijde van Nederland tegen Indonesië hadden gevochten om naar Nederland te vluchten.
  • Het verblijf bleek permanent, terwijl de Molukkers dachten dat hun een onafhankelijke staat was beloofd.
  • Uit boosheid over het uitblijven van een onafhankelijke staat en de in hun ogen slechte behandeling door Nederland kaapten Molukkers in 1975 een trein bij het Drentse Wijster en twee jaar later dus eentje bij De Punt.

'Belangrijke emotionele waarde'

"Deze vlag heeft voor ons een belangrijke emotionele waarde: de nasleep van de gijzelingsactie duurt voort tot vandaag." Het gerechtshof Den Haag buigt zich namelijk in hoger beroep nog over de rechtmatigheid van het geweld dat bij de beëindiging van de kaping is gebruikt. Op 20 april beslist het Hof wanneer het een uitspraak doet in de zaak.

De in 1950 uitgeroepen RMS heeft niet de landenstatus of autoriteit die bijvoorbeeld Indonesië en Nederland hebben. Wattilete is in het dagelijks leven bijvoorbeeld werkzaam als sociaal advocaat in Amsterdam.

De stichting waar het museum onder valt, laat aan NU.nl weten dat het "door de complexiteit van zo'n teruggaveverzoek" nog te vroeg is om te beslissen of ze aan het verzoek gaat voldoen.

Zo verliep de treinkaping De Punt en gijzeling Bovensmilde
144
Zo verliep de treinkaping De Punt en gijzeling Bovensmilde

Teruggave Molukse cultuurgoederen moet via Indonesië

In oktober adviseerde de Raad voor Cultuur demissionair minister Ingrid van Engelshoven (Cultuur) om cultuurgoederen uit voormalige Nederlandse koloniën onvoorwaardelijk terug te geven. Het land van herkomst moet hier dan wel om vragen. Het demissionaire kabinet beloofde in januari dit advies op te volgen.

In februari antwoordde het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap op vragen van NU.nl dat de teruggave van Molukse cultuurgoederen, zoals geroofde kunstwerken, gebruiksvoorwerpen en menselijke resten, via Indonesië moet verlopen, omdat de RMS officieel geen staat is. De RMS ziet Indonesië echter als de bezetter.

Rutte heeft nog niet gereageerd op de brief van de RMS.

Graf geëxecuteerde RMS-president nog steeds niet gelokaliseerd

In de brief aan Rutte vraagt de RMS ook aandacht voor de op 12 april 1966 geëxecuteerde RMS-president Chris Soumokil. Zijn sterfdag is sindsdien een dag van Molukse Nationale Herdenking.

Soumokil werd ondanks een gratieverzoek van Nederland geëxecuteerd door Indonesië. De voormalige Nederlandse kolonie weigert bekend te maken waar Soumokil begraven ligt.

Nederland beloofde in 2010 te bemiddelen bij het achterhalen van de locatie van het graf van Soumokil, meldde Trouw destijds. De RMS betwijfelt echter of die belofte is nagekomen.

"Intussen zijn wij bijna elf jaar verder en is niet gebleken dat de kwestie van het graf van president Soumokil daadwerkelijk aan de orde is gesteld", aldus de RMS in de brief. "Laat staan dat dit tot enig resultaat heeft mogen leiden." De RMS vraagt het Nederlandse kabinet in de brief of de belofte om Soumokils graf aan de orde te stellen nog steeds staat.