Wereldwijd vonden in 2019 meer dan negentienduizend geregistreerde culturele activiteiten plaats van Nederlandse makers en organisaties. Dit zijn ruim vierduizend activiteiten meer dan in 2018, zo blijkt uit een vrijdag verschenen rapportage van de ministeries van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) en Buitenlandse Zaken (BZ) over internationaal cultuurbeleid.

Het aantal geregistreerde culturele activiteiten van Nederlandse makers en organisaties bleef in 2018 vrijwel gelijk, vergeleken met 2017.

De culturele activiteiten, zoals exposities, festivals en jeugdtheater, vonden in 2019 plaats in 212 landen en in 3.010 steden. Duitsland was, met 3.485 activiteiten, het land waar de makers de meeste activiteiten ontplooiden. De Verenigde Staten (2.668) en België (1.915) volgen.

In 2019 was het budget voor internationaal cultuurbeleid 22,8 miljoen euro. Het jaar daarvoor was dat 19,6 miljoen.

'Coronacrisis zal grote gevolgen hebben'

"Ondanks een groot aantal initiatieven om met de huidige realiteit om te gaan, waaronder nieuwe (virtuele) kunstvormen en digitale instrumenten en het pakket aan steunmaatregelen voor het culturele veld, zal de coronacrisis grote gevolgen hebben voor de praktijk van culturele samenwerking met het buitenland", verwachten de ministeries. Die gevolgen zullen volgens OCW en BZ zichtbaar zijn in de rapportage over het internationaal cultuurbeleid over het jaar 2020, die volgend jaar verschijnt.

Als uitwerking van het internationaal cultuurbeleid dat sinds november 2016 van kracht is, informeren OCW en BZ de Tweede Kamer sinds 2017 ieder jaar over de voortgang van internationaal cultuurbeleid.