Het onderzoek naar de herkomst van naziroofkunst moet zo snel mogelijk worden hervat volgens de Raad voor Cultuur. Maar hoe krijgen nazaten kunst die door de nazi's voor of tijdens de Tweede Wereldoorlog van hun families is gestolen nu nog terug? Drie vragen en antwoorden.

Wat wordt verstaan onder naziroofkunst?

Mensen maken hier nog weleens een denkfout, zegt kunstdetective Arthur Brand, die verschillende families bijstaat in het terugkrijgen van naziroofkunst. Niet alleen schilderijen, beelden, juwelen, servies en andere kunstwerken die door nazi-Duitsland tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn buitgemaakt worden verstaan onder naziroofkunst. "Dat begint al vanaf de dag dat Adolf Hitler de macht in Duitsland overneemt, in 1933."

Hitler was een groot kunstliefhebber en zag in de kunst het ideale propagandamiddel, aldus Brand. In de jaren dertig hadden vooral Joodse families hoogwaardige kunst in bezit. "En dus verzon Hitler eerst allerlei trucjes om de kunst van de Joden af te pakken. Ze kregen een hoge belastingaanslag zodat ze gedwongen waren de kunstcollectie te verkopen aan de staat. Beetje bij beetje werd het ze allemaal afgepakt. Uiteindelijk kwam er steeds meer geweld bij kijken."

De werken die nazi's over heel Europa innamen, werden verkocht op veilingen. Brand: "Aan andere verzamelaars. De nazi's konden moeilijk zeggen dat ze de werken hadden afgepakt van de Joden en zwegen over de herkomst. Mensen die het wilden kopen, konden dan zeggen: er is toch niets mis mee? De nazi's wisten heel mooi te verdoezelen dat het roofkunst was."

De roofkunst verspreidde zich dus over de hele wereld zonder dat de handelaren en verzamelaars wisten dat het was afgepakt van vooral Joodse families. Zo ontdekte Brand in 2015 dat in Paleis Het Loo in Apeldoorn zeven serviesstukken stonden die in 1934 waren afgenomen van een Duits-Joodse bankier. Koningin Juliana had in de jaren zeventig een deel van het porselein aangekocht. Het was onderdeel van de Rijkscollectie.

Arthur Brand is kunstdetective en staat verschillende families bij in het terugkrijgen van naziroofkunst. (Foto: ANP)

Waarom moet naziroofkunst nu nog terug?

Brand krijgt vaak dezelfde vraag van mensen: is het niet wat overdreven dat er nu nog naziroofkunst wordt teruggeven aan de kleinkinderen? Absoluut niet, benadrukt de Deventenaar. "Je kan best denken dat het lang geleden is, maar je moet niet vergeten dat pas in de laatste tien jaar de nazaten de kans krijgen stukken terug te krijgen. Tot 2010 werden ze weggelachen en weggestuurd. Het is heel belangrijk dat die mensen genoegdoening krijgen."

Een kentering was de Washington Principles, een verklaring uit 1998 waarin de aangesloten landen, waaronder Nederland, afspraken dat Joodse families hun verloren kunstwerken kunnen terugkrijgen als ze genoeg bewijs hebben. Het ging destijds om zo'n 600.000 kunstwerken. "Maar dan nog is het keihard strijden voor die families", stelt Brand.

Nederland wordt beschouwd als een van de voorlopers op het gebied van teruggave van naziroofkunst aan Joodse families. Als een van de weinige landen in de wereld is er een Restitutiecommissie waar de nazaten een claim kunnen indienen. Die commissie onderzoekt de herkomst van het betreffende kunstwerk. Als de familieleden in het gelijk worden gesteld, krijgen ze het werk terug.

Maar zo makkelijk gaat dat allemaal niet, ondervindt Brand. "Vanaf dit jaar is de wet veranderd en is het in Nederland een stuk moeilijker om kunst terug te krijgen. Ook al kunnen Joodse families bewijzen dat iets van hen is geweest, ze krijgen het niet terug als het werk in nationaal belang voor Nederland behouden moet blijven."

In 1950 werd in het Rijksmuseum in Amsterdam een tentoonstelling gehouden waar Joodse families hun gestolen kunstwerk konden terugkrijgen. (Foto: BrunoPress)

Waarom doet Nederland zo moeilijk?

In Nederland bevinden zich nu volgens de Raad voor Cultuur naar schatting 3.750 door de nazi's geroofde kunstwerken, die na de Tweede Wereldoorlog wel zijn teruggehaald maar nog niet zijn teruggegeven aan de rechtmatige eigenaar. 167 werken zouden zich bevinden in museumcollecties.

Volgens Brand ligt een deel van het probleem bij de musea. "Ik heb directeuren meegemaakt die met het schaamrood op de kaken niet meer weten wat ze zeggen moeten. Ze werken hard om het stuk terug te krijgen bij de eigenaren. En je maakt musea mee die er alles aan doen om het niet terug te geven. Allebei de groepen zijn een derde van het totaal. Een derde zweeft ertussenin."

"Je wordt tegengewerkt uit alle hoeken en gaten", vervolgt de kunstdetective. "Het is echt een nationale schande, zo mag je het best noemen. Veel staten en musea proberen te vertragen. Ze denken: binnenkort is toch iedereen dood. In plaats van dat de Restitutiecommissie de duimschroeven had aangedraaid, hadden ze juist de teugels moeten laten vieren. Dat neem ik ze wel kwalijk. De Joodse families zien het ook niet meer zitten."

Op de hoofdfoto boven in het artikel: borden uit het zogenaamde Meissen-servies in het Rijksmuseum. Paleis Het Loo, het Rijksmuseum en drie andere musea hebben waarschijnlijk roofkunst in hun bezit. Het gaat om porseleinen serviesgoed van de Joodse bankiersfamilie Gutmann, dat in 1934 onder dwang van de nazi's is geveild.