Het schilderij Abraham en de engelen van Rembrandt van Rijn (1606-1669) is voorafgaand aan de veiling in januari voor een paar uur teruggekeerd in het atelier aan de Amsterdamse Jodenbreestraat waar de Hollandse meester het werk schilderde.

De laatste keer dat Abraham en de engelen werd geveild, was in 1848. Toen legde de koper 64 Britse pond neer voor het werk, dat geschilderd is op een paneel van 16,1 bij 21,1 centimeter.

Vanwege de strenge coronamaatregelen is het schilderij sinds dinsdag, na aankomst uit de Verenigde Staten, een paar dagen op afspraak te zien bij veilinghuis Sotheby’s, laat het Rembrandthuis woensdag weten aan NU.nl. De geschatte opbrengst in januari ligt volgens Sotheby's tussen de 20 en 30 miljoen dollar (ongeveer tussen de 16,8 miljoen en 25,3 miljoen euro).

Rembrandt schilderde Abraham en de engelen in 1646 in het Amsterdamse atelier waar nu museum Het Rembrandthuis is gevestigd. Het is een van de relatief weinige werken die de om zijn Bijbelse werken bekende Leidse schilder baseerde op het Oude Testament.

Abraham en de engelen laat het moment zien waarop de Bijbelse figuur Abraham erachter komt dat twee van de drie vreemden die hij verzorgt eigenlijk engelen zijn. De derde vreemdeling blijkt God zelf te zijn.

Waar van veel werken van Rembrandt pas na jaren van onderzoek de echtheid kon worden vastgesteld, stond die bij Abraham en de engelen nooit ter discussie. Het werk was onder anderen in eigendom van de schilder Ferdinand Bol (1616-1680), een leerling van Rembrandt. Via hem kwam het in bezit van Jan Six, een vriend van de maker van het werk.