Roué Verveers grappen worden steeds vaker bestempeld als racistisch en seksistisch, maar die beschuldigingen verwerpt de cabaretier. Hij zegt zaterdag in een interview met De Telegraaf dat mensen zonder humor te veel eer krijgen.

"We moeten elkaar weer eens lekker gaan plagen zonder meteen slachtofferhulp erbij te roepen", zegt de 47-jarige cabaretier.

Verveer vertelt dat hij moe wordt van de beschuldigingen. "Ik maak al wel tien tot vijftien jaar grappen over hoe mannen en vrouwen met elkaar omgaan. En over gedrag van bevolkingsgroepen, of het nou Marokkanen of Hindoestanen zijn. Daar heb ik al die jaren nooit klachten over gekregen, tot nu. Waaruit ik de conclusie trek: het is niet mijn probleem, het is het probleem van de klagers. Dáár is iets veranderd, niet bij mij."

Volgens Verveer is er een grote groep mensen met veel humor, en slechts een klein clubje "humorlozen". Toch is het vooral de laatste groep die veel aandacht opeist, aldus de cabaretier. "De humorlozen krijgen tegenwoordig veel te veel eer, aandacht en platform. Alles is meteen fout, alles is meteen racistisch, alles is meteen vrouwonvriendelijk."

De komiek vindt het dan ook een kwalijke zaak dat vooral cabaretiers nu vaak het vuur aan de schenen wordt gelegd.

Ervaringen met racisme

Racisme zelf vindt Verveer wel een serieuze zaak. "Als studentje in Amsterdam kwam ik nooit de clubs rond het Leidseplein in. Te vol, alleen voor leden. Mijn vrienden kwamen er ook niet in."

Toch is hij optimistisch. "Mijn twee zoons komen tegenwoordig trouwens overal binnen. Het gaat wel goed komen. Als we een beetje meer om elkaar gaan lachen."