Joop van den Ende vindt dat de kunst- en cultuurwereld in Nederland tijdens de coronacrisis geen gemeenschappelijke visie heeft, zegt hij in een zondagavond verschenen interview met de Volkskrant.

"Iedereen vocht voor zichzelf, voor zijn eigen bedrijf. Begrijpelijk, want iedereen staat in de overlevingsmodus. Maar er was weinig gemeenschappelijks. Ik miste een gemeenschappelijke visie van de kunstwereld, een visionaire vertegenwoordiger", zegt de grootste theaterexploitant van Nederland in gesprek met de krant.

Van den Ende vond het wel bijzonder dat minister Ingrid van Engelshoven (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) een extra noodpakket van 300 miljoen euro ter beschikking stelde.

De musicalgigant vindt het bedrag weliswaar te laag, maar vindt het lovenswaardig dat de politica extra steun bood na jaren van bezuinigingen op de kunst- en cultuursector. Het verbaasde Van den Ende dan ook dat Van Engelshoven alsnog veel kritiek kreeg.

"Toch werd zij met pek en veren besmeurd. Wij moeten niet mopperen, maar met plannen komen. Het publiek wil dat geklaag en gezeur niet. Het publiek houdt niet van losers, het publiek wil mooie kunst. Het zou goed zijn als iemand vanuit de kunstwereld ervoor zorgt dat we wat meer naar elkaar luisteren, en niet meteen hoog in de boom klimmen."