De met veel prijzen bekroonde schrijver Jeroen Brouwers verwacht dat zijn nieuwe roman Cliënt E. Busken zijn laatste werk is, zegt hij in een interview in de Volkskrant.

"Ik wil niet zeggen dat ik niets meer te ­vertellen heb. En ik heb ook niet de plechtige gedachte: hè hè, het is voltooid. Maar ik denk aan mijn leeftijd en gezondheid. Dadelijk komt Hein met de zeis, en dan is het uit. Dáár zit ik aan te denken."

Brouwers debuteerde in 1961 met de biografie Lyrische straatmus, over de Franse chansonnière Edith Piaff, en schreef sindsdien tientallen romans, essays en toneelteksten. Tijdens zijn carrière kreeg hij vele prijzen en eretitels, waaronder het eredoctoraat van de Radboud Universiteit in 2018.

Brouwers hoopt dat mensen zich hem herinneren als hij komt te overlijden, al heeft hij daar zelf niet veel vertrouwen in.

"In Nederland geldt: schrijver dood, oeuvre dood. Alsof je je hele leven voor niks al die boeken bij elkaar hebt zitten priegelen. Denk maar aan Mulisch, Reve en Hermans. Waar zijn ze? Het gaat zo verrekte snél. Dat zie ik voor mijzelf ook gebeuren, over een paar jaar: 'Brouwers? Er is toch niemand meer die dat leest!'"