Het Eindhovense Van Abbemuseum, het Museum Arnhem en het Fries Museum werken met een quotum voor de aankoop en presentatie van vrouwelijke kunstenaars, blijkt vrijdag uit onderzoek door de Volkskrant.

Voor het onderzoek werden in totaal 28 musea met kunstcollecties bevraagd. Het Amsterdamse Stedelijk Museum hoort bij een van de drie musea die geen vrouwenquotum hanteren, maar wel een expliciet beleid voeren om de historische disbalans tussen mannen en vrouwen in museumcollecties te herstellen.

Zeventien andere musea zeggen naar meer evenwicht te streven, maar formuleren dat niet concreet in hun plannen. De vijf resterende musea, waaronder het Rijksmuseum, stellen geen doel voor de aankoop of presentatie van vrouwelijke kunstenaars. "Wij willen aandacht geven aan de rol van vrouwen in het ontstaan van kunst en collecties", voegt Rijksmuseum-directeur Taco Dibbits toe.

Het Van Abbemuseum werkte al eerder met een vrouwenquotum voor de hoeveelheid aangekochte kunst, maar paste dat aan om het evenwicht verder te verbeteren. "We hebben nu beleid om de helft van het aankoopbudget te besteden aan werk van vrouwen", vertelt directeur Charles Esche. "Met alleen een evenwicht in aantal en niet in geld vinden wij dat mannen nog steeds het leeuwendeel kregen."

Per onderzocht museum is gemiddeld 17 procent van de collectie gemaakt door een vrouw. Bij het aantal tentoongestelde werken ligt dat percentage op 28 procent. Uit het onderzoek blijkt verder dat vooral de musea met oudere kunst moeite hebben om een balans tussen werk van mannen en vrouwen te vinden.