Dichter, schrijver en muzikant Jules Deelder is donderdag op 75-jarige leeftijd overleden na een kort ziekbed. De excentrieke Rotterdammer vertelde begin 2017 dat hij "de onsterfelijkheid al bereikt" had.

Deelder, die immer gekleed ging in het zwart, werd in 1944 geboren in Rotterdam. Toen hij elf was, schreef hij zijn eerste gedicht, dat de titel Hoort men werpt een atoombom droeg.

Deelder werd ontdekt door de Amsterdammer Simon Vinkenoog, die hij 'Simon V. te A.' noemde. In 1966 nam hij op uitnodiging van Vinkenoog deel aan een poëziemanifestatie in Amsterdam, en enkele jaren later verscheen zijn debuutbundel Gloria Satoria.

Dat hij geen fan van Amsterdam was, stak Deelder nooit onder stoelen of banken. In 2000 verscheen een gedicht over de stad, De Ziekte van Hedel, waarin hij onder meer schreef: "Je zal der maar wonen an zo'n stinkgracht, waar de hele dag van die platboomde schuiten vol Moffen en Amerikanen voorbij kome drijven die je je vreten uit je bek zitten te kijken. Ben je lekker mee. Ik gaat liever gewoon dood!"

"De hyperbool van dat gedicht ging ver, maar je kon er wel om lachen", vertelde Deelder begin 2017 aan NU.nl. "Het was een geoorloofde overdrijving. Ik heb er destijds geen gelazer mee gehad. Dat zou nu misschien wel zijn gebeurd. De tenen van mensen zijn ondertussen meterslang geworden."

Naast gedichten schreef Deelder ook korte verhalen en proza. Een van zijn belangrijkste werken was The Dutch Windmill (1980), een biografie over de Rotterdamse bokser Bep van Klaveren.

Eind jaren zestig vormde Deelder met drie anderen de Rotterdamse groep Popera, die Engelstalige en op operamuziek geïnspireerde popmuziek maakte. Ook had hij een grote liefde voor jazz en bracht hij verschillende platen met de beste werken uit zijn eigen verzameling uit.

Jules Deelder overleden: over jazz, Rotterdam en de dood
193
Video
Jules Deelder overleden: over jazz, Rotterdam en de dood

'Ik heb echt alles gebruikt wat God verboden heeft'

Ook van zijn drugsgebruik maakte Deelder nooit een geheim. "Iedereen moet voor zichzelf uitzoeken waar hij of zij zich het beste bij voelt. Er zijn mensen die bij ieder pijntje naar de dokter lopen. Alsof dat de reden van het bestaan is. Er zijn mensen die zich telkens helemaal laten nakijken. Ja, dan vinden ze altijd wel wat. Je kunt het wel willen uitstellen, maar je moet toch ergens dood aan gaan", vertelde hij aan NU.nl.

Bang voor de dood was hij niet. "Als je sterft, keer je terug naar het witte licht waar je uit voortkomt. Ik heb in mijn leven echt alles gebruikt wat God verboden heeft. En een heleboel dingen waarvan God niet weet dat het bestaat. Maar je moet er niet mee te koop lopen. Als iemand mij vraagt of ik gebruik, ga ik niet liegen. Maar ik laat mezelf niet fotograferen terwijl ik op een schijthuis zit te spuiten. Dat werkt misschien wervend. Die gozer van de GGD in Rotterdam zei jaren terug tegen mij dat de junks in de stad mij als voorbeeld zien. 'Met die Deelder gebeurt ook niks', zouden ze hebben gezegd."

Op welke manier actualiteitenprogramma's aandacht aan zijn overlijden zouden schenken, interesseerde Deelder niet. "Je zult vast veel mensen horen zeggen: 'Jules Deelder, jeugdvriend van me'", zei hij met een cynisch lachje. "De onsterfelijkheid heb ik al bereikt en ik heb nog steeds het gevoel dat ik honderd jaar mee kan. Mensen zeggen: 'Je moet niet denken dat je bijzonder bent.' Nou, dat denk ik niet. Dat weet ik wel zeker."