De kunstvoorwerpen uit de Krim die het Allard Pierson Museum in Amsterdam in 2014 in bruikleen kreeg, gaan vooralsnog niet terug naar Oekraïne of de Krim. Het gerechtshof in Amsterdam heeft meer tijd nodig om te bekijken wie de sterkste rechten heeft.

De zaak is vrij ingewikkeld, omdat het Krimgoud in 2014 geleend was en Rusland daarna het schiereiland annexeerde. De vraag was dus of Oekraïne of de musea op de Krim, die nu onder Russisch bestuur vallen, de kunstvoorwerpen terug zou krijgen.

Het hof zegt dinsdag dat de betrokken partijen nog twee maanden de tijd hebben om hun standpunt te verdedigen. "Een einduitspraak kan over zes tot negen maanden worden verwacht", aldus het hof.

De rechtbank in Amsterdam oordeelde eerder, in de eerste aanleg, dat de Krimschatten aan Oekraïne teruggegeven moesten worden op grond van de Erfgoedwet. Het hof zegt in het tussenoordeel echter dat deze Erfgoedwet niet van toepassing is. "Dat betekent dat de staat Oekraïne de Krimschatten niet op grond van de Erfgoedwet kan opeisen als zijn cultureel erfgoed."

De Krimschatten bestaan uit honderden archeologische topstukken, waaronder een aantal gouden voorwerpen als een gouden pronkhelm uit de vierde eeuw voor Christus.

Rusland dreigde eerder met stopzetten van samenwerking met musea

De Russische minister van Cultuur Vladimir Medinsky zei na de uitspraak van de rechtbank dat Rusland de samenwerking met Nederlandse musea stop zou zetten als het hof tot eenzelfde oordeel zou komen.

De kunststukken blijven gedurende het hoger beroep in Nederland. Overigens oordeelt het hof niet wie de rechtmatige eigenaar is, maar alleen naar wie de Krimschatten terug moeten.