De gerenommeerde kunsthistoricus Didier Rykner voorspelt dat het schilderij De vaandeldrager (1636) van Rembrandt door het Rijksmuseum zal worden aangekocht.

Het werk is al meer dan 180 jaar in het bezit van de familie Rothschild, maar die wil ervan af, stelt de 57-jarige Rykner in een artikel in het door hem zelf opgerichte kunsttijdschrift La Tribune de l'Art.

De historicus beweert dat leden van de familie Rothschild in het bijzijn van een advocaat van het Rijksmuseum bij het Franse ministerie van Cultuur hebben aangeklopt, met de wens het schilderij aan het Rijksmuseum te verkopen.

De Franse overheid lijkt een verhuizing van het schilderij echter nog niet te zien zitten. De Franse minister van Cultuur Franck Rieste heeft het schilderij tot nationaal erfgoed verklaard. In het verlengde daarvan gaf het ministerie eind april geen exportvergunning voor het werk af, waardoor Franse instellingen meer tijd krijgen om te onderzoeken of die het werk zelf kunnen kopen.

Rykner voorspelt echter dat Franse musea op dit moment het geld missen om dit soort aankopen te doen en dat particuliere geldschieters na de investeringen in de wederopbouw van de recent verwoeste Notre-Dame zich even zullen stilhouden.

Gelijkenissen met Marten en Oopjen

Deze poging van het Rijksmuseum vertoont overeenkomsten met de aanschaf van de eveneens door Rembrandt gemaakte portretten van Marten Soolmans en Oopjen Coppit.

Voor die twee werken werd weliswaar een exportvergunning afgegeven. Maar toen de overeenkomst bijna rond was, zorgde Frankrijk er op het laatste moment voor dat het land de portretten samen met Nederland kon aanschaffen. Op die manier bleven de schilderijen voor de helft in Frans bezit.

Een woordvoerder van het Rijksmuseum laat desgevraagd aan NU.nl weten dat een aankoop niet aan de orde is. Op de vraag of de berichtgeving het museum heeft verrast, antwoordde de woordvoerder verder geen commentaar te willen geven.