Het Rijksmuseum wordt niet alleen door burgers bezocht, maar ook door bijvoorbeeld prinses Beatrix en andere sterren. Volgens directeur Taco Dibbits komen die meestal onaangekondigd.

"Prinses Beatrix komt op eigen houtje kijken. Zij wil natuurlijk ook soms uit haar realiteit stappen en genieten van kunst. Net als andere bekenden die hun horizon willen verbreden", zegt Dibbits in een interview in de VARAgids.

"Toen kunstenaar David Hockney (wiens zwembadschilderij recentelijk voor een recordbedrag werd verkocht, red.) in Amsterdam was voor de opening van zijn expositie in het Van Gogh, is hij drie keer incognito geweest en kocht hij zijn eigen kaartje. Gewoon een oudere man met een petje op."

In het Rijksmuseum kunnen bekende mensen volgens Dibbets rustig hun gang gaan, omdat ze niet opvallen tussen de andere bezoekers die zich een weg banen door de verschillende galerijen.

"Henny Vrienten vertelde dat hij in de tijd van het Doe Maar-succes vaak een bezoek bracht om tot rust te komen voor de schilderijen. Hij werd nauwelijks herkend, omdat niemand hem daar verwachtte. Hetzelfde geldt voor Brad Pitt die hier ook vaker is gesignaleerd."

'Plafond nog lang niet bereikt'

Volgens het Nederlands Bureau voor Toerisme en Congressen (NBTC) zal Amsterdam in het jaar 2030 rond de 60 miljoen toeristen welkom heten. Het Rijksmuseum trok in 2018 meer dan 2,3 miljoen bezoekers, een toename van 9 procent ten opzichte van het jaar ervoor. Ook het aantal jonge bezoekers nam toe. In totaal verwelkomde het Amsterdamse museum 370.000 kinderen, van wie meer dan de helft scholieren.

Die stijgende aantallen ziet Dibbits met vertrouwen tegemoet: "De vraag is hoe je met die publieksstromen in en buiten de stad omgaat. Die moet je, net als in ons museum gebeurt, in strakke banen leiden, spreiden. Er zit op een gegeven moment een plafond aan het aantal bezoekers, maar dat is nog lang niet bereikt."