Een tekening van Peter Paul Rubens die door prinses Christina bij het veilinghuis Sotheby's in New York was ingebracht, is woensdag voor bijna 7,2 miljoen euro verkocht.

Het stuk maakt deel uit van een aantal kunstwerken van de koninklijke familie die door het veilinghuis werden geveild. De Rubens was in bezit van prinses Christina.

Het betreft een tekening van een bijna naakte jongeman met geheven armen. Rubens maakte de tekening als voorbereiding op Kruisoprichting uit 1610. Dit altaarstuk wordt gezien als zijn meesterwerk.

Sotheby's schatte de opbrengst van de Rubens van tevoren op zo'n 3 miljoen euro. Het werk werd uiteindelijk voor ruim 7,2 miljoen euro afgehamerd. Er gaat 1,2 miljoen euro aan veilingkosten van dit bedrag af.

Kabinet probeerde met belastinggeld schets te behouden

Het kabinet heeft met een kleine miljoen euro belastinggeld geprobeerd om de Rubens-schets van prinses Christina op een New Yorkse veiling voor Nederland te behouden.

Het geld werd beschikbaar gesteld aan een coalitie van drie Nederlandse partijen (museum Boijmans van Beuningen, Vereniging Rembrandt en Mondriaan Fonds) die woensdag gezamenlijk meeboden op het kunstwerk.

Het bedrag, 992.000 euro, is afkomstig van het Nationaal Aankoopfonds van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, bevestigt een woordvoerder aan het AD. Volgens de krant heeft het trio vrijwel tot het laatste moment meegeboden. "We hebben een serieuze poging ondernomen, maar het is helaas niet gelukt," bevestigt Sjarel Ex, directeur van het Rotterdamse museum Boijmans van Beuningen.

Onvrede over gang van zaken

Het besluit om de werken te verkopen, leidde tot onvrede binnen de Nederlandse kunstwereld. Zo betreurde museumdirecteur Sjarel Ex dat het werk niet eerst aan Nederlandse musea werd aangeboden en stelde de Vereniging Rembrandt dat de werken in Nederland zouden moeten blijven.

D66 stelde Kamervragen over de kwestie, maar minister Ingrid van Engelshoven (Cultuur) antwoordde dat het aan de eigenaar van een kunstwerk is om te bepalen of het wordt verkocht. "Er is geen aanleiding om voor de koninklijke familie een uitzondering te maken op algemeen gevolgde procedures." Premier Mark Rutte noemde de veiling "een privékwestie".