In veilinghuis Sotheby's in New York gingen woensdag meerdere tekeningen van oude meesters onder de hamer. Een deel van de werken komt uit de collectie van de Nederlandse koninklijke familie. Prinses Christina is de vermoedelijke verkoper. De gang van zaken heeft tot onvrede in de Nederlandse kunstwereld geleid.

Christina is de jongste dochter van koningin Juliana en dus een jongere zus van prinses Beatrix. Zij is in Nederland niet net zo bekend als de meeste van haar directe familieleden en dat is een bewuste keuze. Op jonge leeftijd koos de prinses voor een leven buiten de schijnwerpers. Ze bracht haar leven grotendeels in het buitenland door.

Christina heeft verschillende kunstwerken in haar bezit en in de jaren negentig verkocht ze al een deel van haar collectie.

Deze maand veilt Sotheby's in totaal 25 kavels uit de collectie van de koninklijke familie. Naast kunsttekeningen, gaat het om onder meer Chinees porselein en zilverwerk. Het meest in het oog springende werk is een waardevolle tekening van de schilder Peter Paul Rubens (1577-1640). Het gaat om een afbeelding van een naakte man die zijn armen heft. Sotheby's verwachtte dat dit werk tussen de 2,2 en 3 miljoen euro oplevert, maar uiteindelijk werd het voor bijna 7,2 miljoen euro afgehamerd. Daarvan is 1,2 miljoen euro veilingkosten.

Het werk van 49 bij 31 centimeter was in bezit van koning Willem II (1792-1849). De Rijksvoorlichtingsdienst (RVD) bevestigde in gesprek met de Volkskrant dat het werk onderdeel is van de nalatenschap van de in 2004 overleden prinses Juliana, maar wil niet zeggen of Christina inderdaad de eigenaar is.

Het is wel bekend dat het werk in de jaren tachtig aan de muur hing in het huis van Christina in Wassenaar en later met de prinses meeverhuisde naar New York.

Prinses Christina met haar zoon. (Foto: ANP)

'Meerdere meesterwerken in collectie'

Sotheby's schrijft dat de kunstcollectie van Willem II en zijn Russische vrouw Anna Paulowna meerdere meesterwerken bevatte, maar dat het werk van Rubens de kroon spant. "Het is een monumentale studie die onderdeel was van de voorbereiding van Rubens' meesterwerk Kruisoprichting uit 1610."

Het tweede "hoogtepunt" uit de veiling is een tekening van de Italiaanse kunstenaar Rafaël. Op de afbeelding uit 1506 is een staande soldaat in een harnas te zien. Sotheby's verwacht dat de koper van dit werk er zo'n 700.000 tot 1 miljoen euro voor moet neertellen.

Verder bestaat het aanbod uit meerdere Nederlandse werken uit de achttiende eeuw, waaronder Drinkenburg van Cornelis Troost (1696-1750). Dat werk zal naar verwachting minstens 265.000 euro opleveren.

Kamervragen over kunst van Oranjes

Sinds de jaren zeventig zegt de RVD dat de leden van de koninklijke familie geschenken niet verkopen. Cadeaus aan de Oranjes worden beheerd in stichtingen. Na een artikel van NRC over hoe de Oranjes met geschenken in de vorm van kunst omgaan, stelden D66-Kamerleden Salima Belhaj en Joost Sneller Kamervragen over de kwestie.

Cultuurminister Ingrid van Engelshoven antwoordde dat het ter veiling aangeboden werk van Rubens "eigendom is van een lid van de koninklijke familie en derhalve privé-eigendom" is. Volgens het kabinet is het dus aan de particuliere eigenaar om te bepalen of een kunstwerk wordt verkocht en op welke manier dat gebeurt.

Onvrede in Nederlandse kunstwereld

In de kunstwereld wordt met argusogen naar de veiling gekeken. Sjarel Ex, de directeur van Boijmans van Beuningen, deed eerder in het AD een moreel appel op de koninklijke familie om van de verkoop af te zien.

Hij noemt het "niet de koninklijke weg" om niet eerst bij Nederlandse musea te informeren, zodat geïnteresseerde Nederlandse partijen kunnen proberen geld bij elkaar te krijgen om het werk aan te schaffen. De museumdirecteur verwacht dat een rijke buitenlandse verzamelaar het werk op de kop zal tikken voor een bedrag dat Nederlandse musea niet in korte tijd bij elkaar kunnen krijgen.

"Niet voor de eerste keer voelen we ons overvallen door deze gang van zaken", zei Ex tegen de krant. "Hier is echt sprake van een collectie die tot het nationaal erfgoed behoort."

Directeur Fusien Bijl de Vroe van Vereniging Rembrandt stelt dat de koninklijke familie het volste recht heeft om de tekeningen te verkopen, maar vindt het wel jammer. "De stukken die worden geveild in New York zijn ooit aangekocht door koning Willem II", aldus De Vroe in een reactie. "Ze zijn na zijn dood verkocht maar ook weer teruggekocht en toen in Nederland gebleven. Alleen daarom al zouden ze in Nederland moeten blijven."