Het komische duo Ernst en Bobbie (Erik van Trommel en Gert-Jan van den Ende) richt zich na twintig jaar nog steeds op de zesjarige kijker. "Die is nog verstoken van Facebook en andere sociale media", stelt Van den Ende.

"Kinderen van nu reageren niet anders dan die van twintig jaar geleden. Interactie met de zaal is nog altijd het hart van ons programma. De lach zit nog op dezelfde plek", zegt de 56-jarige Van den Ende in een interview met het AD.

Hij en de 51-jarige Van Trommel bedachten de theater- en televisieserie Ernst, Bobbie en de rest aanvankelijk als vermaak voor de kinderen in het Juliana Kinderziekenhuis in Den Haag.

Vanaf dat moment raakten de twee makers geoefend in de omgang met kinderen. "We zijn hun vriendjes, zoveel is wel duidelijk. Kinderen stappen zonder vrees op ons af. 'Bobbie, mijn moeder is dood', zegt er dan één. 'Echt waar?', antwoord ik. 'Ja. Daáááág.' En weg is hij. Kennelijk wil zo'n kind dat, hoe achteloos ook, met ons delen."

Van Trommel en Van den ende hebben naast de kinderserie nog andere karakters en formules bedacht en vertolken nog maar zelden hun eigen personages. "We treden niet meer in sporthallen op, maar kiezen uitsluitend voor theaters. Eén voorstelling in de twee jaar die we alleen op zondagen spelen", stelt Van den Ende. "Daardoor wordt het geen sleur of sleets."