Zonder Kees van Kooten was het nieuwe boek van Jan Mulder, Liefde en aardbevingen, misschien niet verschenen. De mediapersoonlijkheid ging namelijk pas aan de slag toen zijn vriend en collega hem overtuigd had.

"Ik loop al tien jaar met het idee voor dat boek rond, maar ik begon er maar niet aan. Tot Kees van Kooten me op een dag zei: 'Een boek van vierhonderd bladzijden hoeft niet, korter is ook goed'", vertelt Mulder in een interview in het Belgische tijdschrift Humo.

Het verhaal gaat over een man die ervan droomt drogist te worden, maar belicht ook het actuele debat over de gasboringen in Groningen. "Aan het verhaal heb ik, omdat ik in Groningen woon, het grote probleem van de aardbevingen door gasboringen toegevoegd. Dat kwam er haast automatisch in."

"Al schrijvend moest ik vaak aan de ingeschapen gelatenheid van Groningers denken; tot het bittere einde van de ellende blijven ze beleefd. Groningen is altijd al achtergesteld; grootste werkloosheid van Nederland, minste overheidsinvesteringen. Nu heeft die overheid van Groningen een provincie van de groene energie gemaakt. Groningen is intussen volgeplant met wat ze in de Randstad niet believen: torenhoge windturbines."

'Er komt een dag dat een van ons het loodje legt'

In het boek laat Mulder zijn hoofdpersonage ook uiteenzetten hoe het leven zal zijn als je levenspartner komt te overlijden. "Dat zie ik bij vrienden die hun man of vrouw verloren hebben. Op een gegeven moment slaat het toe, hè?"

"Ik ken mijn vrouw nu al zestig jaar. Onze band wordt almaar hechter en liefdevoller. Er weegt niets op tegen onze gedeelde ervaring, maar er komt een dag dat een van ons beiden het loodje legt. De straf voor al dat geluk. Ik zeg dan ook tegen alle alleenstaanden: wees blij."