Actrice Elisabeth Andersen is woensdagmiddag op 98-jarige leeftijd overleden in haar huis in Haarlem. Ze ontving tijdens haar zestigjarige toneelcarrière - als enige actrice ooit - onder meer drie keer de belangrijkste toneelprijs, de Theo d'Or (in 1958, 1966 en 1984).

Ook was Andersen Officier in de Orde van Oranje-Nassau. Verder ontving zij in 1965 en 1972 de theaterprijs Colombina en werd ze in het begin van haar carrière drie keer benoemd tot actrice van het jaar. Ook kreeg ze die prijs van de stad Rotterdam. In 2004 mocht de toneellegende de Blijvend Applaus Prijs in ontvangst nemen voor haar gehele oeuvre.

Net na de oorlog nam haar carrière een grote vlucht toen ze werd ontdekt door Cees Laseur. Bij de Haagse Comedie speelde Andersen onder zijn regie onder anderen Perpetua in Venus Bespied, Yerma in Yerma van Carcia Lorca, en Jeanne d'Arc in De Leeuwerik van Jean Anouilh, maar ook Ophelia in Shakespeares Hamlet.

Zij vervolgde haar carrière bij de Nederlandse Comedie. Daar stond zij onder meer 189 keer op de planken als Jeanne, een Vlaamse volksvrouw, in het door Hugo Claus geschreven en geregisseerde stuk Vrijdag.

Begin jaren tachtig werkte Andersen samen met onder anderen regisseurs Karst Woudstra en Gerardjan Rijnders. Haar laatste rol was die van mevrouw Dercksz in Van oude menschen, de dingen, die voorbij gaan van Louis Couperus.

Andersen wordt maandag 8 oktober begraven op begraafplaats Westerveld in Driehuis.