Op de tentoonstelling Rembrandt in Parijs in Museum Het Rembrandthuis zijn twee nieuwe aankopen te zien. Het gaat om werken van de Franse negentiende-eeuwse meesters Edgar Degas (1834-1917) en een van Édouard Manet (1832-1883).

De aanwinsten laten volgens het Amsterdams museum Rembrandts invloed goed zien. "De twee kunstwerken waren absoluut onmisbaar voor onze komende tentoonstelling Rembrandt in Parijs", zegt museumdirecteur Lidewij de Koekkoek.

De expositie, die op 21 september opent, laat zien dat de Nederlandse kunstschilder in de negentiende eeuw voor een groot aantal Franse avant-gardekunstenaars en impressionisten een icoon was. Volgens het museum is dit bij weinigen bekend.

"Grote namen als Édouard Manet, Edgar Degas, Odilon Redon en Theodore Rousseau namen Rembrandt en zijn werk als voorbeeld."

Ze beschouwden hem als een anti-academische cultfiguur, een kunstenaar die zich niets aantrok van academische regels. In navolging van Rembrandt gingen veel Franse kunstenaars etsen, wat tot een heropleving van deze kunstvorm leidde.

Schilders maakten etsen en zelfportretten

Degas maakte onder meer een kopie-ets naar een werk van Rembrandt, schilderde enkele zelfportretten in de trant van de Hollandse meester en maakte de door Het Rembrandthuis verworven tekening: Studie naar Rembrandts David en Goliath.

Van Manet heeft het museum de ets La convalescente bemachtigd, waarop zijn van een ziekte herstellende vrouw te zien is. Hiervoor liet hij zich inspireren door Rembrandts werken van zijn zieke vrouw Saskia.