De vier eeuwen geleden overleden schrijver en dichter Gerbrandt Bredero "walgde volgens zijn vrienden soms van het bestaan", zegt neerlandicus René van Stipriaan. Hij schreef een biografie van Bredero die dinsdag verschijnt.

Van Stipriaan deed voor het boek De hartenjager onderzoek naar het werk en het vrij onbekende leven van Bredero. De schrijver schreef in acht jaar tijd honderden gedichten en meer dan tien veelal kluchtige toneelstukken.

Zo zijn Spaanschen Brabander, De Klucht van de koe en Moortje van zijn hand.

''Ik heb alles naast elkaar gelegd wat er over zijn laatste tijd is beweerd. Dat eind lijkt niet vrolijk. Het had kennelijk te maken met een wanhopige liefde voor Magdalena Stockmans, die trouwde met een oudere rijke koopman met wie ze naar Napels vertrok."

Toneelstuk over vrouw met twee minnaars

''Hij kon daar heel slecht mee uit de voeten. Nog geen twee maanden voor zijn dood stuurde hij haar een gedicht vol wanhoop. Ook schreef hij een toneelstuk over een vrouw met twee minnaars: een arme dichter en een rijke oudere man. Hij kwam niet verder dan drie bedrijven en het stuk is later afgemaakt door Jan Janszoon Starter, die destijds duidelijk maakte dat het deel van Bredero autobiografisch was en dat hij er aan die liefde onderdoor was gegaan."

Of Bredero is bezweken of zelf de hand in zijn dood heeft gehad, durft Van Stipriaan niet te zeggen. Het bekende verhaal dat Bredero stierf doordat hij acht maanden eerder door het ijs was gezakt, verwijst hij echter definitief naar het land der fabelen.

Geen schilderijen bewaard

Bredero verdiende de kost als kunstschilder, maar van zijn schilderkunst is voor zover bekend niets bewaard. Toch kan de huidige lezer van Bredero volgens Van Stipriaan nog plezier hebben van wat hij leerde in onder meer het atelier van Francesco Badens.

''Daar kwamen mensen als Karel van Mander, de schrijver van het beroemde Schilder-boeck, en graveur en schilder Hendrick Goltzius. Het moet daar enorm inspirerend zijn geweest en zo een aanmoediging voor Bredero om zijn literaire talent te ontdekken. Hij werd ook een goed observator. Mensen kon hij in twee zinnen raak typeren."

Van Stipriaan heeft alles van Bredero gelezen: ''Het is zo rijk, het fonkelt en schittert aan alle kanten. Het heeft vaak een Amsterdamse component, maar hij reikte zelfs tot de islamitische wereld, in Stommen Ridder. Hij hoorde bij de mensen die vonden dat alle godsdiensten een plek onder de zon verdienen."