Het magische getal zeven staat centraal bij veel sprookjes: van de zevenmijlslaarzen tot Sneeuwwitje en de zeven dwergen. Niet voor niets riep de Efteling de zevende dag van de zevende maand (7 juli) uit tot de Dag van het Sprookje. Hoe staat het er tegenwoordig eigenlijk met deze vaak oude verhalen voor? NU.nl vroeg het twee deskundigen.

Hoewel iedereen eigenlijk wel weet wat een sprookje is, blijkt het nog niet zo makkelijk om er een definitie van te geven. "Dat merkte ik toen ik begon te schrijven aan mijn proefschrift", vertelt Moniek Hover, lector storytelling aan de Breda University of Applied Sciences (voorheen NHTV). 

"Ooit waren sprookjes vooral bekend als mondelinge verhalen. De gebroeders Grimm schreven sprookjes uit hun omgeving op om ze als immaterieel erfgoed te bewaren. Begin 1800 bestond het kindergenre nog niet. De Grimms hadden met hun verzameling vooral een wetenschappelijk-cultureel doel. Later werden de sprookjes herschreven en tot een opvoedboek voor kinderen gebundeld, omdat er wijze lessen in stonden die normen en waarden moesten meegeven."

Volksverhaalonderzoeker Theo Meder van het Meertens Instituut definieert een sprookje als een verhaal dat zich afspeelt "in een onbestemde tijd, in een vaak feodale setting, op een plek hier ver vandaan". "In een sprookje gaat een held of heldin op pad om een avontuur te beleven of probleem op te lossen, en hij of zij krijgt daarbij hulp en tegenslag van al dan niet magische wezens. In de sprookjes van tegenwoordig weet de held het verhaal tot een goed einde te brengen."

Herbewerken sprookjes

Net als bijvoorbeeld muziek, zijn ook sprookjes aan trends onderhevig, concluderen beide deskundigen. Met name het hergebruiken van sprookjes is een ontwikkeling die zowel Meder als Hover ziet. "Maleficent (een hervertelling van Doornroosje met Angelina Jolie in de hoofdrol, red.) en Once Upon a Time (een serie over de dochter van Sneeuwwitje, red.) zijn daar goede voorbeelden van", aldus Hover, die in 2013 promoveerde op het proefschrift De Efteling als 'verteller' van sprookjes.

Girlpower is een fenomeen dat beide sprookjeskenners in de nieuwste vertellingen zien terugkeren. "Veel herbewerkingen zijn moderniseringen van verhalen met een ietwat achterhaalde moraal en achterhaald plot", vertelt Meder. "In Frozen (Disneyfilm, red.) gebeurt dat duidelijk. Hans Christian Andersen, de schrijver van De Sneeuwkoningin waar Frozen losjes op gebaseerd is, was een stijve protestant met een nare moraal. Vrouwen waren in die tijd domme wichten die niet snapten dat je niet op je rode schoentjes in de kerk kon dansen en dat je benen er dan afgehakt moesten worden. Daar kun je nu echt niet meer mee aan komen. Elsa en Anna in Frozen zijn juist heel modern."

Omdat sprookjespersonages rechtenvrij zijn, kan iedereen - van Disney tot aan de Efteling - ermee werken. Hover: "Een verhalenverteller heeft als voordeel dat je niets meer over het karakter hoeft uit te leggen. De lezer of kijker kent deze namelijk al. Maar je ziet eigenlijk altijd dat een verhalenverteller - bewust of onbewust - de eigentijdse maatschappelijke normen en waarden een rol in het verhaal laat spelen."

Pedofiel

Ook Roodkapje onderging door de jaren heen een behoorlijke transformatie, vertelt Meder. "Er zaten heel veel seksuele verwijzingen in Roodkapje. In oude versies uit de mondelinge overlevering was de wolf een soort pedofiel. De boodschap: meisjes in de puberleeftijd moeten oppassen voor oude mannen die weleens een groen blaadje willen. Dat stond letterlijk in de zeventiende-eeuwse optekening van Charles Perrault: jonge meisjes moeten op hun eer letten."

Hoewel er dus elementen in de sprookjes veranderen, blijft de "essentie" van het sprookje volgens Hover - ook bij Roodkapje - wel overeind. "De reden dat mensen de moeite nemen om het door te vertellen of opnieuw te verfilmen, heeft er volgens mij mee te maken dat er een diepere, tijdloze, boodschap achter Roodkapje schuilt. Namelijk: als je er in je eentje op uitgaat, wees dan bedacht op vreemden. Dat is een heel basale manier waarop ouders hun kinderen willen beschermen."

Verlatingsangst

Weggaan van huis is een terugkerend motief in veel van die verhalen, merkt ze. "Hoewel sprookjes soms best gruwelijke elementen bevatten, zit er ook iets van hoop in. Veel kinderen kennen verlatingsangst, bij de een is dat sterker dan bij de ander. Door het luisteren naar sprookjes kan het kind deze angst in de context van het verhaal verkennen en zien dat het ook weer goed kan komen. In Klein Duimpje doet het hoofdpersonage dat door dapper te zijn en in Hans en Grietje door slim te zijn. Dat is een hoopvolle boodschap voor kinderen."

Dat sprookjes de laatste decennia een comeback hebben gemaakt, komt volgens Meder door successen als Harry Potter en Lord of the Rings.

Hoewel sommigen Harry Potter ook onder het genre sprookje scharen, is dat volgens Hover en Meder niet terecht. "Hoewel er veel elementen van sprookjes in zitten, is de opbouw van het verhaal te complex en is het te lang om een sprookje te zijn. Sprookjes kennen weinig tot geen karakterontwikkeling, terwijl dat in de boeken van Harry Potter juist heel erg het geval is", legt Hover uit.

Meder: "Harry Potter is eigenlijk volledig opgebouwd uit sagen. Eenhoorns, basilisken en reuzen komen daar vandaan. Maar als je heel globaal kijkt, is Harry Potter wel op een sprookjesstramien gebouwd: een hoofdpersonage dat het moet opnemen tegen een gevaarlijke tegenstander, uiteindelijk wint en trouwt."

Met het succes van Harry Potter is volgens Meder de belangstelling voor fantasy gegroeid. "En toen dachten regisseurs: waar halen wij het nu vandaan? Omdat sprookjes door iedereen verteld kunnen worden, zijn veel makers met herbewerkingen van sprookjes aan de slag gegaan."