Renate Dorrestein schreef 34 boeken. Haar debuutroman Buitenstaanders werd een groot succes dat ze later wist te evenaren met romans als Verborgen gebreken. Ze overleed op 4 mei 2018. Dorrestein is 64 jaar geworden.

Dorrestein werd in 1954 geboren in Amsterdam. Na het gymnasium ging ze werken. Studeren was niet aan haar besteed. Een van haar eerste banen was als verslaggever bij tijdschrift Panorama. Later kwamen daar ook Opzij, Viva en De Tijd bij. 

Ze was een feminist en kwam altijd op voor achtergestelde vrouwen. In de jaren tachtig was ze een van de mede-oprichters van de Anna Bijns Stichting, die eens in de twee jaar een prijs uitreikt aan vrouwelijke schrijvers. 

Debuut

Haar eerste boek Buitenstaanders kwam uit in 1983, toen was Dorrestein 29 jaar oud. Ze had een verhalenbundel uitgebracht en daarna diverse pogingen gedaan om haar literaire werk gepubliceerd te krijgen. Zonder veel succes. "In 1983 was ik het punt nabij geraakt waarop ik onder ogen zou moeten zien dat ik weliswaar de ambitie had om schrijfster te worden, maar blijkbaar niet het daarvoor benodigde talent. Ik liep al tien jaar te leuren met onuitgeefbare manuscripten", schreef ze over haar debuut in De Standaard

Haar kijk op haar werk veranderde toen ze Slaughterhouse-Five las, van de Amerikaanse schrijver Kurt Vonnegut. Ze wist dat haar werk te braaf en serieus was. "Paradoxaal genoeg had het lezen van Vonnegut me bevrijd van mijn ideeën over hoe 'echte literatuur' eruit moest zien."

Daarna schreef ze Buitenstaanders, dat goed werd ontvangen. Met dat boek vestigde ze haar naam als schrijfster. 

Ziekte als thema

In haar werk gaat het vaak ook feminisme, maar ook andere maatschappelijke thema's raakten de schrijfster. Ziekte bijvoorbeeld. Zelf leed ze aan de ME, een chronische ziekte die vermoeidheid als gevolg heeft. In diverse interviews gaf ze aan dat patiënten vaak gezien worden als mensen die zelf verantwoordelijk voor hun ziekte zijn.

"Ziek worden, dat is typisch iets wat tegenwoordig wordt omkleed met schuld en boete", zei ze in 2006 in het interviewprogramma Alziend oog van Annemiek Schrijver. "Je hebt toch dingen nagelaten waardoor je je gezondheid hebt verloren." Ze probeerde haar punt met relativeringsvermogen en humor te maken. "Ik kon uiteindelijk alleen maar tot de conclusie komen dat de dingen die misgaan, domme pech zijn. En de dingen die goed gaan, dat is stom geluk."

Over de zelfmoord van haar zus schreef Dorrestein in 1988 het boek Het perpetuum mobile van de liefde. Het kwam op de longlist voor de AKO Literatuurprijs. Voor haar hele oeuvre ontving ze in 1993 de Annie Romein Prijs, tegenwoordig de Opzij Literatuurprijs. 

Liefde

Dorrestein trouwde vorig jaar met architect Maarten de Boer met wie ze al dertig jaar een latrelatie had. 

"Maarten is een man van het gunstige scenario, een ontzettend optimistisch iemand", zei ze in een groot interview met de Volkskrant. "Ik ben van het naargeestige scenario, dus mij valt het hele leven mee."

Toen de schrijfster niet goed bleek te reageren op chemotherapie was De Boer er voor haar. "Ik kreeg verlammingsverschijnselen, waardoor hij me echt aan mijn oksels door het huis moest slepen. En hij heeft me dus ten huwelijk gevraagd. De man die altijd zei: 'Trouwen, belachelijk', zei nu: 'Ik wil met je trouwen. Ik wil voor mezelf, voor jou en voor de hele wereld duidelijk maken dat ik tot het einde voor je zal zorgen.'"

Achterlaten

In een afscheidsinterview dat een paar dagen voor haar dood in het Belgische blad Humo verscheenvertelde Dorrestein over haar naderende dood. Een halfjaar voor haar overlijden kreeg ze slokdarmkanker. "Op een maandagochtend boekte ik mijn graf. "Natuurlijk was dat een vreemd moment. Mijn hele leven is nu vreemd", vertelde ze destijds. 

Nadat ze de diagnose slokdarmkanker had gekregen, ruimde Dorrestein alles op. "Ik mestte mijn huis uit en baggerde de krochten van mijn computer leeg", aldus de schrijfster. Ze begon ermee om het leven na haar dood voor De Boer makkelijker te maken, maar later ontstond door alles wat ze tegenkwam het idee voor haar laatste boek: het autobiografische Dagelijks werk.

Ze leefde niet in de veronderstelling dat haar werk voor altijd gelezen zou blijven. "Ik heb nooit geschreven vanuit de gedachte dat ik 'iets zou achterlaten'. Het lijkt mij belangrijker dat mijn nabestaanden me missen om wie ik was dan om wat ik deed."