George Michael en zijn vroegere schoolvriend Andrew Ridgeley waren de eerste westerse popartiesten die na de chaos van de Culturele Revolutie mochten optreden in de Volksrepubliek China.

Rond de 15.000 toeschouwers keken in april 1985 naar het optreden van Wham! in Peking, waarbij ze nauwlettend in de gaten werden gehouden door een groot aantal nerveuze politieagenten.

"Ik had nog nooit zo veel politie gezien", zei Mao Danqing, nu een bekende schrijver in China, die het legendarische concert bijwoonde. Niemand durfde zich te verroeren of lawaai te maken.

China liet westerse muziek en film in de jaren tachtig maar mondjesmaat toe, maar na het concert kende iedereen de liedjes van Wham!, zelfs mensen die later heel andere muziek gingen maken. Dat zei Kaiser Kuo, frontman van de in de jaren tachtig populaire Chinese metal band Tang Dynasty.

"Dat optreden markeerde het begin van een China dat zich openstelde (voor westerse muziek)'', zei een andere gebruiker op Chinese social media. "Hij (George Michael) veranderde China.'"

Michael overleed zondag in zijn huis in Goring-on-Thames. Hij werd 53 jaar oud.