De vrijmetselarij was altijd een tamelijk gesloten gemeenschap, waar buitenstaanders amper een blik naar binnen konden werpen. Met de opening van een Vrijmetselarijmuseum in Den Haag komt daarin definitief verandering. 

''Alles is tegenwoordig op internet te vinden, waarom zouden wij dan nog geheimzinnig blijven doen'', zegt Dick Vogelaar van de Orde van Vrijmetselaren, een van de koepelorganisaties in Nederland voor de zogeheten loges.

De Haagse burgemeester Jozias van Aartsen opent maandag het nieuwe gebouw van de orde, waarin het museum is gevestigd. Het gebouw heeft een aantal 'belevingsruimtes', vertelt woordvoerder Mat Herben. "De vrijmetselarij is een inwijdingsgenootschap en dat is lastig uit te leggen aan buitenstaanders. Om toch een indruk te geven hebben we een tempel nagebouwd."

De tempel is in de vrijmetselarij de ruimte waar de rituele bijeenkomsten worden gehouden. "We hebben een aantal historische stukken, waarvan de belangrijkste de voorzittershamer van prins Frederik is", zo verwijst Herben naar de negentiende-eeuwse prins van Oranje Nassau, die zelf voorzitter oftewel grootmeester van de orde was.

Boeken

De Nederlandse vrijmetselaarsorde staat vooral bekend om zijn grote collectie boeken. Herben: "We zijn wereldwijd beroemd om onze bibliotheek, waarin een unieke collectie staat. Zo hebben we boeken over theologische denkbeelden uit de zestiende en zeventiende eeuw."

De orde noemt zichzelf de oudste democratische vereniging van het land. "We zijn voor iedereen toegankelijk en iedereen kan worden gekozen om een functie te vervullen", stelt Herben, die erkent dat de Orde van Vrijmetselaren nog altijd een mannenbolwerk is. "Onze orde is alleen voor mannen, maar er zijn er nog twee in Nederland. Van de ongeveer 7000 vrijmetselaren zitten er duizend bij de gemengde orde en vijfhonderd bij de orde die uitsluitend voor vrouwen is."

Met de opening van het museum hopen de 'broeders' een groter publiek te bereiken. Herben: "We hebben vooral een grote toevloed van vijftigplussers. Maar onze boodschap is nog net zo actueel als bij de oprichting in 1756."