Drie Nederlanders hebben een hoofdrol gespeeld bij de ontdekking woensdag van kunstschatten uit de privécollectie van Adolf Hitler. 

'Roofkunstjagers' Arthur Brand, Alex Omhoff en David Kleefstra gaven cruciale informatie aan de politie, waarna de kunst bij invallen in Duitsland aan het licht kwam. 

Dat meldt De Telegraaf donderdag.

De krant heeft met een van hen, Arthur Brand, gesproken. Hij zegt dat de zaak aan het rollen kwamen toen hem in een mailtje ''twee immense bronzen paarden van Hitlers favoriete beeldhouwer Josef Thorak voor acht miljoen euro te koop werden aangeboden.'' In de bijlage trof hij naar eigen zeggen een recente kleurenfoto van de vermiste Thorak-paarden.

Ontmoetingen

Later hadden Brand en zijn collega's meerdere undercoverontmoetingen met deze Nederlandse kunsthandelaar om na te gaan of hij echte werken of vervalsingen aanbood.

''Hij liet ons beloven uiterst voorzichtig te werk te gaan. De kunst moest nog zeker tientallen jaren verborgen blijven, zei hij, anders zouden allerlei Duitse families in de problemen komen", aldus Brand. Hem werd zelfs een tweede beeld, voor eveneens acht miljoen euro, aangeboden.

Uiteindelijk deed de Duitse politie op tien adressen op verschillende plaatsen in Duitsland huiszoekingen. Daarbij zijn bronzen beelden en granieten reliëfs teruggevonden die ooit zijn gemaakt voor het kantoor van Hitler in Berlijn.

Verdachten

Er zijn acht verdachten in de zaak, in de leeftijd tussen 64 en 79 jaar oud. Volgens De Telegraaf viel men op ruim twintig adressen binnen en is nog niemand opgepakt. Volgens de regionale Duitse omroep SWR zullen de acht worden vervolgd wegens heling.

Een ondernemer uit de Duitse plaats Bad Dürkheim geldt volgens de SWR als spil in het netwerk. In een opslagplaats van de man werden de bronzen beelden en een relief van 40 ton teruggevonden.

De werken zullen met een dieplader worden afgevoerd naar een opslagplaats van de politie. De operatie gaat enkele dagen duren. Wat er met de beelden gebeurt moet de Duitse staat als eigenaar beslissen.