Een moord en de vondst van drie geraamtes brengt een Noorse rechercheur op het spoor van een soort Mata Hari-intrige uit de Tweede Wereldoorlog. 3,5 sterren

De doden hebben geen verhaal is de debuutroman van Gard Sveen, waarin twee parallelle verhaallijnen aan elkaar zijn gekoppeld.

Het ene verhaal speelt zich af tijdens de Tweede Wereldoorlog, als een jonge Britse vrouw naar Noorwegen wordt gestuurd om te infiltreren in een Noorse nazibeweging. Het andere verhaal is in 2003 gesitueerd en begint bij de brute moord op een oude verzetsstrijder.

Rechercheur Tommy Bergmann krijgt - in het heden - de moordzaak toegewezen. Hij is, zoals een hedendaags politieman betaamt, in zijn privéleven niet van smetten vrij en dat geeft hem het duistere randje waar de smeris anno nu niet meer zonder kan. Hij heeft zijn geliefde een optater verkocht en uit angst dat hij vaker de mist in zal gaan, worstelt hij met de liefde.

Bergmann legt het verband tussen de moord en de drie skeletten in een bos, die daar sinds de oorlog liggen begraven.

Beerput

De rechercheur weet een aantal overlevenden te traceren, en daarmee wordt het deksel van een beerput gelicht. Een klein stukje dan, want niet iedereen is bereid om met Bergmann te praten, en soms vertellen ze liever de waarheid niet.

De intrige in Noorwegen in 1942 is een van die minder florissante aspecten van de oorlog, waarbij niet iedereen aan de goede zijde de ruimte had om ethisch verantwoorde keuzes te maken. Dat zijn zelden gebeurtenissen waarover de betrokkenen - later - iets kwijt willen.

Niet dat De doden hebben geen verhaal een diepgravende thriller is over de morele kanten van een oorlog. Het boek heeft een mooie en ook vindingrijke plot, maar Sveen is geen groot schrijver. Hij geeft veel details die geen andere functie hebben dan het aantal pagina's op te stuwen, en vaak is de zinsbouw bonkig.

Sveen heeft met zijn debuut wel de Gouden Revolver en de prestigieuze Glazen Sleutel gewonnen, dus wellicht dat het aan de vertaling ligt.

Opbouw

In het begin, als de twee verhaallijnen nog ver uit elkaar liggen en Bergmann als ijverige rechercheur elke denkbare aanwijzing via getuigen in kaart wil brengen, zijn er namen te over van mensen die op de keper beschouwd niet uit elkaar zijn te houden. Gaandeweg vloeien de verhalen samen en komt het op stoom.

Dan schuift de lezer steeds dichter naar beide plots toe en wordt het boek als een toneel dat in tweeën is gesplitst en de zaal tegelijk in het heden en het verleden kan kijken. Die opbouw werkt goed voor de suspense, en de ontknoping is zowel verrassend volgens het genre als dramatisch vanwege de oorlog.  

Uitgeverij A.W. Bruna, vertaling Carla Joustra en Kim Snoeijing