Een zus van Bep Voskuijl, een van de helpers van Anne Frank en haar familie in Het Achterhuis in Amsterdam, was mogelijk in 1944 de verrader van het onderduikadres. 

Dat wordt geconcludeerd in een biografie over Bep Voskuijl (1919-1983), die dinsdag verschijnt.

Het boek is geschreven door de Vlaamse journalist Jeroen De Bruyn en Joop van Wijk, de jongste zoon van Voskuijl. Zij hebben meerdere betrokkenen gesproken, onder wie twee getuigen die met nog niet bekende informatie naar buiten kwamen. Dat waren Diny Voskuijl, een van Beps andere zussen, en Bertus Hulsman, Beps verloofde in de oorlog.

De schrijvers ontdekten dat Nelly Voskuijl (1923-2001), een jongere zus van Bep, van haar negentiende tot haar 23e collaboreerde met de nazi's. "En de pijnlijke, maar duidelijke conclusie luidt dat we Nelly kunnen toevoegen aan de inmiddels lange lijst van verdachten." 

Op de hoogte

Officieel waren alleen Bep Voskuijl en haar vader Johan Voskuijl op de hoogte van het onderduikadres aan de Prinsengracht in Amsterdam. Bep werkte als kantoorbediende en haar vader was de maker van de beroemde boekenkast die de toegang tot de schuilplaats maskeerde.

De auteurs zeggen behalve Nelly's werk voor de nazi's flink wat andere aanwijzingen te hebben gevonden dat ze betrokken zou kunnen zijn bij het verraad. 

Brieven

De auteurs vinden het curieus dat Bep 35 jaar lang brieven schreef met Otto Frank, de enige overlevende van het Achterhuis, maar dat die brieven grotendeels zijn verdwenen. Ook vinden ze het opvallend dat Bep vanaf de jaren zestig voor een nagenoeg volledige radiostilte koos. Beweren dat Nelly dé verrader was, vinden de biografen "een brug te ver''. 

Tot op heden is niet bekend wie de verrader is van Het Achterhuis, waardoor Anne Frank en haar familie werden afgevoerd en omkwamen in Duitse concentratiekampen.