De vorig jaar overleden striptekenaar Marnix Rueb, bekend van zijn figuur Haagse Harry, heeft woensdag postuum een prijs gekregen. De gemeente Den Haag kende hem de Cultuurprijs van de stad Den Haag toe.

Zijn nabestaanden ontvingen een bedrag van 50.000 euro. Dat zullen ze besteden aan een standbeeld van Haagse Harry. Dat komt mogelijk op de Grote Markt in het Haagse centrum te staan.

Rueb overleed in oktober op 59-jarige leeftijd aan longkanker.

De strip Haagse Harry verscheen in 1991 voor het eerst en gaat over een inwoner van Den Haag die praat in Haags dialect, dat fonetisch is geschreven. De strip was aanvankelijk te lezen in het Haagse uitgaansblad DOEN, maar bleek ook buiten de hofstad populair.

In 1994 verscheen het eerste album van Haagse Harry: Kap Nâh. Hiervan werden 140.000 stuks verkocht. Daarna volgden nog vier albums. Rueb was ook eigenaar van uitgeverij Kap Nâh. Zijn laatste publicatie was een Haagse vertaling van Nijntje van Dick Bruna. Daarin gaat Nijntje "naah de dùinûh ennut stgand en naah de graute zei".

'Unieke identiteit'

Cultuurwethouder Joris Wijsmuller prees Rueb. "Met zijn tekeningen, humor en de door hem bedachte fonetische weergave van het Haagse dialect kreeg het Haags een unieke identiteit en herkenbaarheid", aldus Wijsmuller bij de uitreiking.

De Haagse cultuurprijs is bedoeld voor mensen of groepen die hebben bijgedragen aan "het culturele belang van de stad Den Haag". Eerdere winnaars zijn choreograaf Jirí Kylián, kunstenaar Auke de Vries, cabaretier Paul van Vliet, drummer Cesar Zuiderwijk, zangeres Anouk en schrijfster Yvonne Keuls.