Toen Carel Visser in 2004 de oeuvreprijs Wilhelminaring kreeg, werd hij door de jury afgeschilderd als nestor van de Nederlandse beeldende kunst van de afgelopen eeuw. 

Zijn onderwerpen, stijl en materialen wisselden door zijn hele loopbaan heen. Plant en dier bleven zijn grote bronnen van inspiratie. Visser overleed dit weekend in Zuid-Frankrijk, waar hij woonde. Hij was 86 jaar.

Zijn eerste beelden waren expressionistisch (zoals Stervend paard, 1949). Daarna abstraheerde hij natuurmotieven in ijzer (waaronder Parende vogels, 1953) en vervolgens vervaardigde hij totaal abstracte 'dubbelvormen' en 'salamibeelden'. De kubus was in de jaren 60 zijn belangrijkste houvast, in allerlei materialen.

Twintig jaar later liet hij de geometrische vormen voor wat ze waren en ging over op beelden van veren, schelpen, wol, zand, touw en hout. Ook ging hij gebruik maken van gevonden voorwerpen als autobanden, ruiten en balken. Werk van Carel Visser is opgenomen in de collecties van musea in binnen- en buitenland.