Het Dordrechts Museum heeft een schilderij teruggekocht van de erfgenamen van de oorspronkelijke, Joodse eigenaar. Het is voor het eerst dat een museum nabestaanden vergoedt voor mogelijke roofkunst uit de Tweede Wereldoorlog.

Dat schrijft de Volkskrant woensdag.

Het doek van de Hollandse meester Jacob Cuyp (1594-1652) behoort tot een reeks gestolen werken die tijdens de Tweede Wereldoorlog van met name Joodse verzamelaars werden ontvreemd en waarvan er tientallen in Nederlandse musea hangen.

In oktober 2013 maakte de Museumvereniging bekend dat 41 musea over in totaal 139 kunstobjecten beschikken die mogelijk roofkunst zouden zijn. Een zogenoemde Restitutiecommissie ontving sindsdien zes claims van erfgenamen en er zijn er nog zeven aangekondigd, aldus de Volkskrant.

Het schilderij van Cuyp behoorde toe aan de kunstverzamelaar Jacques Hedeman. Hij borg zijn kunstcollectie aan het begin van de Tweede Wereldoorlog op in een bankkluis. Desondanks nam de Duitse bezetter de kunst in beslag en verkocht deze door.

Rijksmuseum

Hedeman overleed in 1948. Het Dordrechts Museum is het eerste van de in 2013 genoemde musea die de erfgename compenseert voor de diefstal. Het doek werd in 2002 gekocht voor 76.000 euro, maar toen was niet bekend dat het om roofkunst ging. Het museum zegt niet hoeveel het de erfgenamen heeft betaald.

Ook het Stedelijk Museum, het Amsterdam Museum en het Rijksmuseum kregen te maken met claims van erfgenamen.

Volgens de Volkskrant is voor twaalf van de 41 musea nog niet duidelijk of zich mogelijk roofkunst tussen hun collectie bevindt.