Roemenië is 25 jaar na de val van het IJzeren Gordijn veranderd, maar  ex-communisten maken nog veelal de dienst uit in de EU-staat. De tentoonstelling Transformatie in Museum Beelden aan Zee weerspiegelt die impasse.

Op 21 december 1989 verscheen Nicolae Ceauşescu voor het laatst in het openbaar. Vanaf het balkon van het Centraal-Comitégebouw in Boekarest gaf de Roemeense dictator een speech die nu eens niet werd beantwoord met gejuich en applaus maar met boegeroep en rumoer.

Ceauşescu en zijn vrouw Elena vluchtten voor de opstandige massa maar werden gearresteerd en vier dagen later na een haastig showproces geëxecuteerd. De soldaten riepen hoera en verklaarden het communistische tijdperk ten einde.

Bij het binnenlopen van de tentoonstelling Transformatie - Roemeense beeldhouwkunst 25 jaar na de revolutie in Museum Beelden aan Zee schallen de stemmen van de Ceauşescu's allesoverheersend door de ruimte.

Een verbaasde Nicolae probeert met een onhandig "hallo, hallo" de menigte te kalmeren en Elena sist iets over verraders. Het geluid komt van een animatievideo waarin de Roemeense kunstenaar Andreea Dobrin het beslissende moment van de Roemeense revolutie vastlegt. Iedere paar seconden stoort het beeld en begint de chaos opnieuw; Ceauşescu mag dan dood zijn, zijn geest is springlevend.

Van het voetstuk

Vóór 1989 bestond hedendaagse kunst hoegenaamd niet in Roemenië. Dat is nu wel anders. Galeries als Plan B en Sabot draaien mee in het beurzencircuit en Roemeense kunstenaars, vooral schilders als Adrian Ghenie, liggen goed in de markt.

Transformatie put niet uit deze internationale succescategorie maar kiest voor een lokale focus. Veel van de gepresenteerde kunstenaars namen deel aan Proiect 1990 van Ioana Ciocan.

Zij eigende zich de sokkel toe van een metershoog, in 1990 ontmanteld Leninbeeld en nodigde collega’s uit er beelden voor te maken. Ondanks bureaucratische tegenwerking en vaak vroegtijdige verwijdering van de werken, groeide het ‘sokkelproject’ in Boekarest uit tot een zichtbaar, kritisch uithangbord van een kunstenaarsgeneratie die in 1989 nog kind was en de revolutie niet of weinig bewust heeft meegemaakt.

In Scheveningen zijn een aantal sokkelwerken te zien. Melting van Judit Balko is een gesmolten versie van de verwijderde Lenin. Alleen onderbenen en schoenen zijn nog herkenbaar, de rest is tot blubber gereduceerd. Stefan Radu Cretu's reuzenlarve met wieken op zijn rug verwijst naar de helikopter waarmee de Ceauşescu’s probeerden te vluchten. 

En Costin Ionita's Hydra - Lenin als veelkoppig monster - herinnert ons eraan dat de huidige Roemeense machthebbers in veel gevallen de apparatsjiks van gisteren zijn. De titel Transformatie kun je dan ook ironisch opvatten. De Roemeense omwenteling van 1989, vanwege haar nogal spontane karakter ook wel ‘de kinderrevolutie’ genoemd, heeft weinig veranderd afgezien van de naam van de heersende ideologie.

Loodzwaar

Transformatie bevat geen Roemeense tegenhanger van Ai Weiwei, de Chinese superster die politiek activisme en persoonlijke verhalen tot universeel aansprekende werken weet om te vormen.

De kunstenaars worstelen duidelijk met het onverwerkte communistische verleden en de bijbehorende loodzware symboliek. Weliswaar is de tentoonstelling een stuk beter dan het vergelijkbare Russia XXI van Beelden aan Zee vorig jaar maar het ligt er allemaal iets te dik bovenop. Munten die de Roemeense kaart vormen, een goudgespoten arbeidersinterieur, een met mos overgroeid monument; de nuance is ver te zoeken bij dit soort beelden.

Jammer is ook dat de tekstbordjes niet dieper ingaan op de afzonderlijke werken. Voor de algemene politieke context verlaat het museum zich op een - overigens uitstekende - aflevering van In Europa, de historische documentairereeks van Geert Mak. Met meer, andersoortig werk plus degelijke informatievoorziening had deze tentoonstelling aan kracht en diepte gewonnen.

Transformatie - Roemeense beeldhouwkunst 25 jaar na de revolutie is te zien tot en met 8 februari 2015 in Museum Beelden aan Zee, Scheveningen.