De ontwerpopvattingen van meesterarchitect Herman Hertzberger zijn actueler dan ooit. In zijn gebouwen moet je plezier hebben en je thuis voelen. Ook de tentoonstelling in Rotterdam roept die sfeer op.

Tweeëntachtig is deze éminence grise van de architectuur inmiddels. Maar zijn opdrachtenportefeuille is nog altijd gevuld.

Een van zijn laatste klussen is de drastische vernieuwing van een eigen creatie, het eind jaren zeventig in gebruik genomen Muziekcentrum Vredenburg in Utrecht. Alleen de Grote Zaal, beroemd vanwege zijn akoestiek, is overeind gebleven in wat nu TivoliVredenburg heet.

informeel ontmoeten

Hertzberger is bekend van onder meer het kantoorgebouw van Centraal Beheer in Apeldoorn (1967-1972) en van het Chassé Theater in Breda (1992-1995). Maar zijn grootste faam dankt hij aan zijn ideeën over scholen, theaters en kantoren waarin mensen zich thuis moeten voelen.

In zijn gebouwen staat elke ruimte met een andere in verbinding, zijn overal plekken om elkaar informeel te ontmoeten. Gangen monden uit in koffiecorners of zijn met eigen werkplekken verlengstuk van een schoollokaal.

Op dezelfde manier voeren zijn trappen nooit zomaar ergens naartoe maar zijn tegelijk tribune of hangplek, met de hal als theater of kantine, waar het leven wordt gevierd. Typerend voor Hertzbergers gebouwen is ook dat ze niet overdonderen maar zijn opgebouwd uit kleinere delen. Aanvankelijk zijn dat rechthoekige blokken, later wordt zijn vormentaal losser, kleurrijker, wulpser.

langzaam ontwerpen

Hertzbergers vormentaal mag dan evolueren, zijn ideeën over plek en thuis zijn nooit veranderd. Die zijn, nu de hoogtijdagen van de spierballenarchitectuur voorbij zijn, actueler dan ooit. Vandaar dat Hertzberger onder de wat stijve titel ‘Ruimte maken, ruimte laten’ een levendige tentoonstelling heeft mogen inrichten in Het Nieuwe Instituut in Rotterdam. Net als zijn gebouwen is de tentoonstelling opgedeeld in kleinere elementen: vier straten, waarin de bezoeker langzaam Hertzbergers universum binnendringt.

De eerste daarvan is meteen een statement. Achteloos staan de maquettes in het midden op elkaar gestapeld, het gaat om de straatwanden. Daar hangen de foto’s, waarop jong en oud klooit, speelt, een eigen plek inneemt of zich het gebouw toe-eigent met een plant, tussen het steen.

Korte metten

In de volgende twee straten maakt Hertzberger korte metten met het idee dat architectuur vooral draait om de buitenkant. Aan zijn buitenkant gaat een lange, geduldige zoektocht vooraf, met tekeningen, schetsboeken, vragen. Over elk detail wordt nagedacht. Met een poppetje tekent hij hoe de gebruiker de ruimte vanuit elke hoek ervaart, zich door het gebouw beweegt, hoe de verlichting moet zijn, het uitzicht en de overgang tussen binnen en buiten: vloeiend. Langzaam krijgt het leven tussen de muren vorm.

In de laatste zaal kan de bezoeker zelf tekenen, knippen en plakken. Ook dat is een statement: voor het plezier in fröbelen, een bezigheid die in onze computergedreven maatschappij ten onder is gegaan.

'Ruimte maken, ruimte laten - Herman Hertzberger' t/m 5 januari in Het Nieuwe Instituut, Rotterdam.