De Toneelgroep Amsterdam (TGA) zou meer moeite moeten doen om hun stukken in Nederlandse theaters buiten de Randstad te vertonen. 

Dat stelt directeur Wybrich Kaastra van de Schouwburg van Meppel in de Volkskrant.

Kaastra reageerde vorige week op een artikel over het succes van TGA in New York. Een actrice stelde hierin “voor een uitverkochte zaal in New York te staan en godzijdank niet naar Meppel te hoeven”.

De directeur van de schouwburg in Meppel schreef hierop een snoeiharde, gefundeerde open brief die op Twitter en Facebook vele duizenden malen werd gedeeld. Onder meer cabaretier Jochem Myjer steunde haar tirade tegen de Randstedelijke arrogantie; actrice Carice Crutzen doopte de affaire al als 'Meppelgate'.

Verre Vrienden

"TGA was hier in Meppel voor het laatst in het seizoen 1992/1993, met de voorstelling Verre Vrienden", stelt Kaastra in de Volkskrant.

"Veel producties van TGA passen hier qua omvang en techniek niet in onze grote zaal, daar moet ik eerlijk in zijn. Maar er zijn ook voorstellingen, zoals Bruid in de morgen, waarvan ik vind dat die op tournee moeten, ook langs de kleine schouwburgen. Zeker als die nog hun best doen kwalitatief hoogstaand theater te bieden."

Andere grote nationale gezelschappen, zoals Het Nationale Toneel, het Noord Nederlands Toneel en Zuidelijk Toneel doen Meppel wel met grote regelmaat aan. Directeur Kaastra verwijt het TGA niet solidair te zijn met de Nederlandse toneelsector.

"Actrice Marieke Heebink kan wel zeggen dat ze liever in New York staat dan in Meppel, maar de realiteit is dat veel acteurs thuiszitten of dolgraag meer willen spelen. TGA kan het zich misschien financieel permitteren om alleen de grote theaters aan te doen, maar voor beginnende theatermakers geldt dat niet. Voor talentontwikkeling heb je meer zalen nodig om meters te maken. Gelukkig is er een nieuwe lichting makers die hier graag komt."

Actrice Heebink heeft inmiddels overigens wel haar excuses aangeboden voor haar opmerking over Meppel.