Een schilderij dat moest worden teruggegeven aan de erfgenamen van de joodse eigenaar blijkt toch niet geschilderd door Gerrit Berckheyde, zoals gedacht.

Het topstuk, Stadhuis op de Dam, komt eind deze maand onder de hamer en brengt dus minder op dan gedacht. Veilinghuis Christie's bevestigt maandag berichtgeving daarover in NRC Handelsblad.

Het Amsterdam Museum moest het schilderij teruggeven aan de familie, zo bepaalde eerder dit jaar de Restitutiecommissie. Die doet onderzoek naar in de oorlog gestolen of verkochte joodse kunst. De oorspronkelijke eigenaar had het werk tijdens de Tweede Wereldoorlog onder dwang moeten verkopen aan de nazi's.

De erfgenamen hebben het beroemde schilderij uit de 17e eeuw bij Christie's aangeboden. Daar stelden onderzoekers vast dat het weliswaar niet door Berckheyde zelf is gemaakt maar wel in zijn studio, dus bijvoorbeeld door een leerling waarbij Berckheyde wel op de achtergrond aanwezig was. Daarom is het nog steeds veel waard.

Directeur Jop Ubbens van het veilinghuis verwacht er tussen de 50.000 en 70.000 euro voor te krijgen. Was het stuk wel van de hand van Berckheyde geweest, dan zou het enkele tonnen waard kunnen zijn.