Al vijftien jaar opereert Galerie Vivid op het snijvlak van vormgeving en beeldende kunst. Ter ere daarvan toont de Kunsthal een dwarsdoorsnede uit de Vivid-stal, waar design verder gaat dan een goed ontworpen stoel.

Gezien de rijke Nederlandse vormgevingstraditie is het opmerkelijk dat er in ons land zo weinig plekken zijn waar Dutch design wordt getoond en verkocht.

Meestal blijven die beperkt tot woon- en cadeauwinkels. Voor het experimentele werk dat tegen de beeldende kunst aankruipt, is daar doorgaans geen plaats. Slechts een handvol kunstgaleries heeft dergelijke objecten in het assortiment. En eigenlijk is er maar één galerie exclusief actief op het gebied van kunstzinnige vormgeving: Vivid in Rotterdam.

Ter gelegenheid van het vijftienjarige bestaan van de galerie heeft de Kunsthal in Rotterdam een presentatie aan Vivid gewijd. In de smalle, in twee verdiepingen opgesplitste zaal 3 worden op een soort catwalk werken getoond van vormgevers/kunstenaars uit de stal van Vivid. Geen stoeltjes, wijnrekken, salontafels of ander meubelboulevardspul maar ontwerpen die de status van gebruiksartikel ruimschoots overstijgen en de autonome kunst dicht naderen.

Geen kunstsnobisme

Toen Aad Krol en Saskia Copper in 1999 hun galerie openden, wisten ze dat het pionieren zou worden. Zeker onder galeriepubliek heersten (en heersen nog steeds) de nodige vooroordelen over design. Met Rotterdams gevoel voor humor en relativering programmeerden ze voor hun openingstentoonstelling Dienand Christe. Die maakte met zijn LUL-vaas en KUT-lamp - standaardvoorwerpen voorzien van standaardpredicaten - korte metten met het snobisme van het kunstpubliek.

Vanaf het begin bestreek Vivid een zo breed mogelijk veld. Natuurlijk zitten daar veel alumni van de Design Academy Eindhoven bij maar ook oude meesters als Droog Design-oprichter Gijs Bakker, übermodernist Wim Crouwel en grafisch ontwerper Jan van Toorn. Een representant van de jongere generatie die door Vivid op de kaart is gezet, is Studio Job. Op de tentoonstelling is daarvan een forse, bijna cartooneske kast te zien.

Copper en Krol hebben de blik ook internationaal gericht, niet in de laatste plaats door deelname aan belangrijke designbeurzen en -evenementen waarvan ze in blogs uitgebreid verslag doen. In de Kunsthal varieert de buitenlandse inbreng van Jaime Hayons dressoir in de vorm van de New Yorkse skyline tot Janne Kyttanens Deceptor Ping Pong Table, een futuristische tafeltennistafel die oogt als een ruimtevaartaccessoire.

Talent promoten

Het historische bewustzijn van Vivid wordt op de tentoonstelling vertegenwoordigd door Kho Liang Ie, de vroeg gestorven visionair die onder andere Schiphol herinrichtte. Van hem zijn een paar meubelen opgenomen die het typisch Nederlandse gevoel voor modernisme ademen dat tussen de late jaren vijftig en vroege jaren tachtig gemeengoed was. Strak, neutraal en bijna onopvallend, maar perfect in balans.

Vivid erkent de waarde van ontwerpers als Ie en stelt diens werk, dat tegenwoordig vooral in museumcollecties zit, regelmatig tentoon. Meer nog spant de galerie zich in om de vormgevingstalenten van vandaag en liefst ook morgen te promoten. Het is tekenend dat er voor de Kunsthal-tentoonstelling niet gekozen is voor herkenbare iconen.

Van Wieki Somers dus niet de badkuip in de vorm van een roeiboot of de ossenschedeltheepot, maar de veel minder bekende Bell Flower Lamp die zij construeerde uit elektriciteitsdraad. En van Richard Hutten geen Sexy Relaxy fauteuil of kindermok met oversized oren, maar zijn extreem minimalistische bank The Cross. Het moge duidelijk zijn: Vivid kiest niet voor de veilige route.