De expositie over Mark Rothko in het Gemeentemuseum Den Haag toont goed de ontwikkeling van de Amerikaanse kunstenaar en laat je als het ware in zijn doeken stappen. Alleen de confrontatie met Mondriaan komt nogal geforceerd over.

"Ik ben geen abstracte schilder",  zei Mark Rothko (1903-1970) eens. Toch hangt de overzichtstentoonstelling in het Gemeentemuseum Den Haag vol met ogenschijnlijk abstracte schilderijen.

Met tijdgenoten als Jackson Pollock en Willem de Kooning deelde Rothko een voorkeur voor grote formaten, maar het wilde schildersgebaar maakte bij Rothko plaats voor twee of meer rechthoeken met vage contouren. Soms met gloeiende rode en gele vlakken, soms bezonken, bijna zwart.

Grote schilderijen worden vaak ervaren als pompeus en verheven, maar Rothko zocht het tegenovergestelde. Door het grote formaat kan de toeschouwer zich met een kunstwerk omringen. Er niet buiten staan maar er als het ware instappen. Daarom vond Rothko zichzelf geen abstracte schilder, hij was alleen geïnteresseerd in het uitdrukken van fundamentele menselijke emoties.

"Het feit dat veel mensen in tranen uitbarsten wanneer ze met mijn schilderijen geconfronteerd worden, laat zien dat ik die emoties overbreng. Ze hebben dezelfde religieuze ervaring als ik toen ik ze schilderde. " Wie alleen naar de kleuren en hun relaties keek, had er volgens hem niets van begrepen.

Buitenkans

Rothko, een eenling die zich aan het eind van zijn leven het liefst in zijn atelier opsloot en met alles en iedereen ruzie had, werd een van de belangrijkste twintigste-eeuwse kunstenaars. In Nederland bezitten alleen het Stedelijk Museum Amsterdam en Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam een schilderij van hem.

Vrijwel alles op de Haagse expositie komt uit de National Gallery of Art in Washington, dankzij een gentleman’s agreement van twintig jaar geleden, toen de National Gallery een serie Mondriaans uit Den Haag te leen kreeg. Een buitenkansje dus om eens meer Rothko's te zien.

Op de tentoonstelling kun je Rothko's ontwikkeling goed volgen. Van vroege schilderijen met stillevens, mythische voorstellingen en eenzame figuren in een grootstedelijke wereld tot zijn zogeheten Multiforms van eind jaren veertig, waarin vormen en lijnen langzaam oplossen en kleuren een zelfstandige waarde krijgen. Daarna volgde zijn signature style met gestapelde, rechthoekige vormen. In zijn laatste serie verdeelde Rothko zijn doeken in een blauwgrijs en een bijna zwart vlak. Gemaakt in 1969 en met dat in het achterhoofd is het lastig om hier géén maanlandschappen in te zien.

Rothko en Mondriaan

De tentoonstelling brengt ook enkele schilderijen van Rothko samen met werken van Piet Mondriaan. Met als apotheose Mondriaans onvoltooid gebleven Victory Boogie Woogie (1944) naast een knalrood, al dan niet afgemaakt doek dat in Rothko's atelier stond toen hij zelfmoord pleegde. Het is niet de eerste keer dat Rothko's werk afgezet wordt tegen dat van andere kunstenaars.

Zo hingen in 2008 op een enorme Rothko-tentoonstelling in de Hamburger Kunsthalle ook schilderijen van Caspar David Friedrich en van Pierre Bonnard, die een veel grotere invloed op Rothko had dan Mondriaan. Dat leverde een interessantere confrontatie op dan die in Den Haag.

Rothko en Mondriaan kenden elkaar niet en Rothko lijkt ook geen bijzondere belangstelling voor Mondriaan te hebben gekoesterd: "Mondriaan verdeelt een doek, ik zet er dingen op." Helaas schuift het Gemeentemuseum 'zijn' Mondriaan hier als een wethouder Hekking naar voren. Een minpuntje op een expositie die verder zeer de moeite waard is.

Mark Rothko in Gemeentemuseum Den Haag t/m 1 maart 2015.