Het Beierse ministerie van Cultuur ziet geen reden de collectie van de begin mei overleden kunstverzamelaar Cornelius Gurlitt als Duits cultuurgoed te bestempelen. 

Dat heeft een woordvoerder van het ministerie gezegd. Dat betekent dat de collectie naar het Kunstmuseum in de Zwitserse hoofdstad Bern kan gaan.

Het ministerie besloot in mei tot een onderzoek naar het belang van de kunst voor het Duitse erfgoed, nadat bekend was geworden dat Gurlitt zijn omvangrijke verzameling heeft nagelaten aan het Zwitserse museum.

De Duitse wet bepaalt dat voor de uitvoer van werken die waardevol zijn voor de nationale cultuur, een speciale vergunning vereist is. Volgens een expert van het Beierse ministerie is die niet nodig voor de verzameling van Gurlitt.

Dubieus

In 2011 trof de Duitse douane in het appartement van Gurlittt 1400 schilderijen aan, maar de vondst werd pas eind vorig jaar bekend. Gurlitts vader Hildebrand, in de Duitse pers ook wel eens aangeduid als ''de kunsthandelaar van Hitler'', had de kunstwerken in dubieuze omstandigheden in bezit gekregen in de tijd dat de nazi's in Duitsland aan de macht waren (1933-1945).

Onder die werken waren schilderijen van Pablo Picasso, Marc Chagall, Henri Matisse en Duitse expressionisten als Emil Nolde en Max Beckmann. Duitsland onderzoekt nog of er zich onder de 1400 schilderijen kunstwerken bevinden die door de nazi's zijn geroofd en aan de rechtmatige eigenaren moeten worden teruggegeven.

Later werden in het huis van Cornelius Gurlitt in de Oostenrijkse stad Salzburg nog eens 60 werken van beroemde kunstenaars gevonden.