De Philipsvleugel van het Rijksmuseum in Amsterdam gaat 1 november weer open voor publiek. Het bijgebouw wordt de nieuwe tentoonstellingsvleugel van het museum, met dertien zalen en een groot restaurant.

Tijdens de tien jaar durende verbouwing van het hoofdgebouw van het Rijksmuseum konden bezoekers voor de topstukken terecht in de Philipsvleugel.

Na de heropening op 13 april vorig jaar ging de Philipsvleugel dicht en werd ook dit bijgebouw gerenoveerd. Dat gebeurde door de Spaanse architecten Antonio Cruz en Antonio Ortiz, die ook het hoofdgebouw onder handen namen.

''Het Rijksmuseum krijgt er een vleugel bij, maar Nederland krijgt er een museum bij'', zei directeur Wim Pijbes dinsdag tijdens een 'sneak preview'. De Philipsvleugel heeft een tentoonstellingsoppervlakte van ruim dertienhonderd vierkante meter. Tijdens de renovatie is het atrium in het gebouw weer hersteld, waardoor er weer daglicht naar binnen komt.

Fotografie

De eerste expositie vanaf november is Modern Times, Fotografie in de 20e eeuw, met ruim vierhonderd werken uit de fotocollectie van het museum. In februari opent een tentoonstelling met het latere werk van Rembrandt.

Per jaar zullen zes tot zeven exposities worden gehouden, soms twee tegelijk. Een van de nieuwe zalen is bedoeld voor wisselende fototentoonstellingen.

Tuinen

Naast de Philipsvleugel zijn ook de omliggende tuinen vernieuwd. In de tuin komen een achtiende eeuws tuinhuisje en een zwart-witte tegelvloer waar bezoekers met grote schaakstukken kunnen schaken. Ook komt er een ouderwetse telefooncel te staan die in 1931 werd ontworpen door het architectenbureau Brinkman en Van der Vlugt.

Voor het nieuwe restaurant, dat plaats biedt aan 135 gasten, gaat het museum werken met gastchef-koks. ''Net zoals we het fenomeen gastconservatoren toepassen'', verklaart Pijbes.

Na de heropening van de Philipsvleugel en de tuinen is er na veertien jaar een einde gekomen aan de transformatie van het Rijksmuseum, waarover het Rijk in 2000 een besluit nam.