Paleis Het Loo, het Rijksmuseum en drie andere musea hebben hoogstwaarschijnlijk roofkunst in hun bezit. Het gaat om porseleinen serviesgoed van de Joodse bankiersfamilie Gutmann, dat in 1934 onder dwang van de nazi's is geveild.

Onderzoeksbureau Artiaz ontdekte de kunst in een oude veilinggids, meldt onderzoeker Arthur Brand woensdag na berichtgeving in De Telegraaf.

Zes serviesdelen die in de gids prijken, staan tegenwoordig in Het Loo en nog eens zes zijn in het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen te vinden. Daarnaast hebben het Rijksmuseum in Amsterdam, het Streekmuseum in Tiel en het Historisch Museum in Deventer elk een bord in hun collectie. 

Het zogeheten Meissen-servies maakte deel uit van een 435-delig servies dat stadhouder Willem V rond 1774 cadeau kreeg van de Verenigde Oost-Indische Compagnie. Tijdens zijn ballingschap in Engeland verkocht hij het servies met Nederlandse stads- en dorpsgezichten.

Uiteindelijk werden 26 delen gekocht door Herbert Gutmann, zoon van bankier Eugen Gutmann, die de Dresdner Bank had opgericht. Deze bank werd eind 2009 overgenomen door de Commerzbank.

Serieus

Paleis Het Loo laat weten de zaak ''zeer, zeer serieus'' te nemen en een herkomstonderzoek te starten. ''Hopelijk weten we in de loop van volgende week meer'', aldus een woordvoerder van het Apeldoornse paleis.

Een exact prijskaartje wil Brand niet aan de stukken hangen: het zou om tien- tot honderdduizenden euro's kunnen gaan.

Nabestaanden

Nabestaanden van Gutmann hebben zijn nog niet naar de Nederlandse staat en de zogeheten Restitutiecommissie gestapt om de kunst terug te krijgen, maar Brand gaat ervan uit dat dit snel zal gebeuren.

''De Duitse regering ontdekte in 2009 dat er een schilderij van Gutmann in de Bondsdag hing. Dat hebben ze met het schaamrood op de kaken snel teruggegeven. Hetzelfde gebeurde in Oostenrijk. Nederland zal dan wel snel volgen.''

Bij een eerder onderzoek van de commissie-Ekkart naar roofkunst in Nederlandse musea kwam het servies niet aan het licht.