Het Anne Frank Huis in Amsterdam opent vrijdag een tentoonstelling over de vier mannen en twee vrouwen die de familie Frank ruim twee jaar terzijde stonden.

Miep Gies, haar echtgenoot Jan Gies, Bep Voskuijl, haar vader Johan Voskuijl, Johannes Kleiman en Victor Kugler waren de vrienden en het kantoorpersoneel die hielpen met zaken als boodschappen, kleding, medicijnen, boeken en tijdschriften. Voor de onderduikers waren zij vaak het enige contact met de buitenwereld.

Magazijnmeester Johan Voskuijl was degene die de boekenkast timmerde voor de deur van het Achterhuis. Bep Voskuijl regelde melk en brood, terwijl Miep Gies vlees en groente naar de onderduikers bracht. Johannes Kleiman, een zakenpartner van Otto Frank, nam vaak boeken van zijn dochter voor Anne mee.

Foto's en brieven

De tentoonstelling laat met brieven, foto's en documenten zien wie de helpers waren, wat zij deden en welke risico's zij liepen. Te zien is bijvoorbeeld het boek Maria Theresia, dat Anne voor haar 15e verjaardag cadeau kreeg van Victor Kugler.

''Zij staan altijd en overal voor ons klaar'', schreef Anne Frank op 28 januari 1944 in haar dagboek over de helpers.

Alle zes hebben de oorlog overleefd, constateerde vader Otto Frank opgelucht toen hij als enige van de acht onderduikers levend terugkeerde naar het huis aan de Amsterdamse Prinsengracht. Joop van Wijk, de zoon van Bep Voskuijl, opende de expositie vrijdag.

Het is de eerste keer dat het Anne Frank Huis een tentoonstelling aan de helpers heeft gewijd.