Voor het eerst sinds de opening van Herinneringscentrum Kamp Westerbork, ruim dertig jaar geleden, is weer een beetje te zien hoe het voormalige doorgangskamp van de nazi's er tijdens de oorlogsjaren uitzag. 

Op het terrein is op de oorspronkelijke plek een originele houten barak teruggeplaatst waarin Nederlandse Joden tijdens de oorlogsjaren verbleven voordat ze op transport naar het oosten werden gezet.

De barak werd een paar jaar geleden teruggevonden bij een boer in Zelhem (Gelderland) en deed dienst als opslagloods voor landbouwvoertuigen. De boer schonk hem onlangs aan het herinneringscentrum. Op het kampterrein stonden ooit honderd barakken.

Ze werden zo'n veertig jaar geleden na het vertrek van de laatste bewoners, KNIL-militairen uit de Molukken, allemaal afgebroken en verkocht aan vooral boeren. ''Er was geen historisch besef en Nederland wilde er liever ook niet aan herinnerd worden'', zegt directeur Dirk Mulder van het herinneringscentrum. Boeren gebruikten de barakken vaak als loods of als stal. De barak die nu opnieuw is opgebouwd, had het nummer 56.

Kampcommandant

Het herinneringscentrum is enkele jaren geleden op zoek gegaan naar originele spullen van het kampterrein, dat nu een nagenoeg lege grasvlakte is. Het wil de bezoeker zo een beter beeld geven hoe het voormalige doorgangskamp van de Duitse bezetter eruit zag. Veel mensen en vooral jongeren vinden het monument met de 102.000 steentjes (een steentje voor elke vermoorde Jood of zigeuner uit Nederland) 'nogal abstract', aldus Mulder.

Om het kamp 'zichtbaarder' te maken wordt ook de voormalige woning van de kampcommandant gerenoveerd en kunnen bezoekers het tracé lopen van de spoorlijn tussen het kamp en Hooghalen. Via dit spoor werden 107.000 Joden en zigeuners naar de Duitse vernietigingskampen gedeporteerd, slechts 5.000 keerden terug.