De Hongaarse staat heeft de helft van de zogeheten Seusoschat gekocht. Dat heeft premier Viktor Orban woensdag in Boedapest gezegd. 

Voor de zeven van in totaal veertien zilveren voorwerpen uit de vierde tot vijfde eeuw heeft Hongarije 15 miljoen euro betaald.

Dat is veel lager dan de totale waarde van de voorwerpen, die deskundigen op meer dan 100 miljoen euro schatten.

Rond de Seusoschat doen vele verhalen de ronde. De voorwerpen zijn volgens de Hongaren in 1978 gevonden in Polgardi, een plaats aan het Balatonmeer, maar dat staat niet vast. Andere landen die eens onderdeel van het Romeinse Rijk waren, zoals Kroatië en Servië, zeggen dat zij recht op de voorwerpen hebben.

De schat is genoemd naar de Romein Seuso, wiens naam in een van de zilveren schotels is gegraveerd. Van wie de zeven voorwerpen zijn gekocht, meldde Orban niet, maar de directeur van het Museum voor Schone Kunsten in Boedapest zei dat een Engelse familie ze te koop had aangeboden.