Het Tropenmuseum in Amsterdam wil flink gaan verbouwen. Een van de plannen is het in ere herstellen van de originele entree.

"Dat is een van de ambities, maar alle scenario's moeten nog worden uitgewerkt", zegt interim-directeur Jan Willem Sieburgh.

Het gebouw, dat in 1926 werd geopend, had oorspronkelijk een trappenentree, waarmee de bezoeker direct in de lichthal stond. Die entree werd in de jaren zeventig gesloopt. Nu komen museumbezoekers binnen in de kelder van het gebouw en komen ze via een wenteltrap bij de lichthal.

Aan de ambities van het museum hangt een prijskaartje. "Dat gaat over tientallen miljoenen", licht Sieburgh toe. Het museum bekijkt de haalbaarheid van de plannen.

Klappen

Het Tropenmuseum heeft de laatste jaren flinke klappen gehad. Het museum dreigde twee jaar geleden nog te moeten sluiten omdat het Koninklijk Instituut voor de Tropen (KIT) flink werd gekort op de rijkssubsidie. Het museum gaat daarom samen met het Rijksmuseum Volkenkunde in Leiden en het Afrikamuseum in Berg en Dal.

Sieburgh is hoopvol over het geld dat hij nodig heeft voor de renovatie. "Daar zijn allerlei manieren voor", legt hij uit. "We kunnen naar overheden, stad, provincie, het rijk, de gebouweigenaar en fondsenwerving."

Het museum neemt de tijd voor de plannen. "Het is een meerjarenplan." Met de verbouwing moet het museum de concurrentie aan kunnen met de bekende Amsterdamse trekpleisters.

Het museum kreeg onlangs van de gemeente Amsterdam 250.000 euro om de Mauritsvleugel van het gebouw een opknapbeurt te geven. Die herinrichting is in volle gang en moet in de zomer zijn afgerond.