Een fors deel van de relschoppers die tijdens de avondklokrellen in Eindhoven, Den Bosch, Breda en Helmond zijn gearresteerd, heeft een crimineel verleden. Dat blijkt uit een onderzoek in opdracht van Brabantse gemeenten dat donderdag is gepubliceerd. De onderzoekers concluderen dat de avondklokrellen in januari 2021 zijn veroorzaakt door een diepgewortelde woede jegens de overheid, verveling en sensatiezucht.

Het hevigst waren de rellen op 24 januari in Eindhoven. Daar pakte de politie 142 mensen op. Een dag later arresteerde de politie 80 relschoppers in Den Bosch, tegenover 17 in Breda en 10 in Helmond.

Een aanzienlijk deel van de arrestanten is veelpleger: iemand die meer dan tien keer met de politie in aanraking is gekomen vanwege een misdrijf. Het gaat bijna uitsluitend om mannen. Onder de relschoppers bevonden zich slechts vijf vrouwen. De gemiddelde leeftijd was 24 jaar. De jongste gearresteerde relschopper was 13, de oudste 66. Het gros was jonger dan dertig jaar. Een op de vijf was minderjarig.

Het grootste deel van de gearresteerden in Eindhoven kwam van buiten de stad. Sommigen legden behoorlijke afstanden af om aan de rellen mee te kunnen doen. Op sociale media werd daartoe opgeroepen. Zij waren dus niet toevallig aanwezig, aldus de onderzoekers.

In de drie andere steden waren de rellen minder hevig. In tegenstelling tot Eindhoven was daar geen harde kern van onder anderen voetbalsupporters en actiegroepen tegen het coronabeleid.

Veel arrestanten hadden zin om te rellen

Volgens het onderzoek waren de avondklokrellen wezenlijk anders dan ordeverstoringen en rellen van voor de coronapandemie. "Een nieuw soort ordeverstoring", aldus de onderzoekers, waardoor een "ongekend divers geheel van groepen mensen op de been" werd gebracht.

Voor een deel van hen was de invoering van de avondklok steen des aanstoots om in actie te komen. Maar een belangrijk ander deel had gewoon zin om te rellen of een feestje te bouwen.

Aan de basis ligt een steeds dieper wantrouwen van jongeren jegens de overheid, stellen de onderzoekers van Bureau EMMA, het Nederlandse Instituut Publieke Veiligheid en de Rijksuniversiteit Groningen. Door de bezuinigingen op buurtwerk en wijkagenten groeide het wantrouwen van jongeren jegens bestuurders op veel plekken al in de jaren vóór de pandemie.