Steeds meer jonge eetstoornispatiënten, nog jaren drukte in zorginstellingen
Nu lijden veel meer Nederlanders aan eetstoornissen dan vóór de coronacrisis. Dat zeggen medisch deskundigen tegen NU.nl. Ook zijn de problemen ernstiger geworden, waardoor bijvoorbeeld dwangvoeding vaker wordt toegepast. De zorgketen kan hierdoor langere tijd flink onder druk staan, waarschuwen experts.
Precieze cijfers over de stijging ontbreken. Dat komt doordat geen enkele instantie landelijk de cijfers kan bijhouden. Het beleid is gedecentraliseerd en patiënten met eetstoornissen kunnen op veel verschillende locaties terecht.
Károly Illy, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde (NVK), houdt rekening met een verdubbeling van het aantal jonge eetstoornispatiënten ten opzichte van vóór de coronacrisis. Kinderarts Annemarie van Bellegem, die zich samen met Illy inzet voor een betere behandeling van eetstoornispatiënten, ziet dezelfde "zeer zorgwekkende ontwikkeling". Ze schat dat er op dit moment zeker 200.000 Nederlanders worstelen met eetstoornissen.
Haar eigen ziekenhuis, het Amsterdamse UMC, zag in het najaar van 2020 het aantal kinderen en jongeren met eetstoornissen met 33 procent stijgen ten opzichte van diezelfde periode in 2019. Data over het restant van de pandemie kan ze nog niet overhandigen, "maar de hele periode zagen we toenames".
Gezondheidsinstanties trokken al meermaals aan de bel
Al vroeg in de pandemie waarschuwden gezondheidsinstanties dat er veel meer eetstoornispatiënten naar voren waren gestapt. Zo schreef de Nederlandse ggz begin vorig jaar dat de acht organisaties die gespecialiseerd zijn in zorg voor eetstoornispatiënten bijna hun grenzen hadden bereikt.
Zo was gemiddeld 88 procent van de capaciteit van de intensieve zorg ingezet en meldden vijf organisaties dat ze geen nieuwe patiënten meer konden opnemen. Ook negen ggz-instellingen werden ondervraagd: die lieten weten dat het aantal aanmeldingen was toegenomen tot wel 300 procent.
'Niet vreemd dat eetstoornissen vaker voorkomen in een pandemie'
Van Bellegem legt uit dat het niet vreemd is dat in een pandemie meer eetstoornissen aan het licht komen dan anders. Zo ontstaan die gezondheidsproblemen relatief vaak na een ingrijpende gebeurtenis. Dat vooral jonge patiënten aan de bel trekken, vindt zij logisch. "Dit ziektebeeld ontstaat vaak in de puberteit. Gelukkig kunnen we met vroegtijdig ingrijpen een ernstig verloop voorkomen."
De kinderarts zag niet alleen meer nieuwe eetstoornissen aan het licht komen, maar ook dat andere patiënten een terugval kenden. "Er werd en wordt nog meer druk gelegd op een zorgsysteem dat al overbelast was. Het is echt een uitdaging."
Hoewel Illy vooral veel nieuwe anorexiapatiënten signaleerde, kwamen volgens Van Bellegem ook andere eetstoornissen, zoals boulimia en Binge Eating Disorder (BED), meer voor. Die ziektes blijven volgens haar vaker "verborgen leed", doordat anorexia gemakkelijker aantoonbaar is.
De lange én oplopende wachttijden bij gezondheidsinstanties baren haar zorgen. "Dat je thuis moet zitten met bijvoorbeeld een suïcidaal kind, vind ik dramatisch. De problematiek verhardt ook naarmate iemand langer moet wachten", vervolgt Van Bellegem. En de druk op de zorg zal volgens haar voorlopig nog niet afnemen. "De grotere aantallen door de coronacrisis zijn nu het nieuwe normaal. Dat gaat ons nog jaren bezighouden."
