De Eerste Kamer is tegen een nieuwe verlenging van de tijdelijke coronawet. Dat betekent dat het kabinet geen wettelijke grondslag meer heeft om beperkende maatregelen af te kondigen, zoals het dragen van mondkapjes of het houden van afstand.

40 van de 75 senatoren lieten dinsdag in het debat over de vijfde verlenging van de tijdelijke wet al weten tegen te zullen stemmen in de officiële stemming. Die stemming vindt dinsdagavond plaats.

De oppositie vindt de wet niet meer nodig nu het aantal nieuwe coronabesmettingen niet groot is. De coalitie heeft geen meerderheid in de Eerste Kamer.

De Tijdelijke wet maatregelen COVID-19 (Twm) werd in het begin van de coronacrisis in het leven geroepen om coronamaatregelen een juridische grondslag te geven. De wet moet iedere drie maanden verlengd worden en loopt nu officieel tot 1 juni.

De coalitie is weliswaar ook uiterst kritisch over een nieuwe verlenging, maar wil graag een wet achter de hand hebben mocht het coronavirus opleven en nieuwe maatregelen nodig zijn. "Ik heb liever een tijdelijke wet dan dat we moeten terugvallen op noodverordeningen of een noodwet", zei Maarten Verkerk van de ChristenUnie.

Hele Eerste Kamer kritisch op het kabinet

De hele Eerste Kamer vindt dat het kabinet veel eerder had moeten beginnen aan de herziening van de Wet publieke gezondheid (Wpg). Via die wet moet structureel worden geregeld welke beperkende maatregelen het kabinet mag nemen bij een pandemie, zoals corona.

Minister Ernst Kuipers (Volksgezondheid) komt voor 1 september met een wijziging van de Wpg. Pas na bekrachtiging van die wetswijziging door de Tweede en Eerste Kamer is er weer een wettelijke grondslag voor het kabinet om beperkende maatregelen te nemen.

Het kabinet kan wel terugvallen op noodverordeningen of op een noodwet, die met spoed door beide Kamers moet worden behandeld.