Nog altijd zijn er mensen die in afzondering van de buitenwereld leven uit angst om een coronabesmetting op te lopen, ook nu alle maatregelen om verspreiding te voorkomen zijn afgeschaft. Uit onderzoek van het RIVM blijkt dat 2 procent van de 35.000 ondervraagden nog altijd uit voorzorg in thuisisolatie blijft.

Het gaat vooral om mensen die wat mankeren, bijvoorbeeld mensen met een ernstige afweerstoornis. Deze mensen gaan dus vaker niet bij andere mensen op bezoek, naar het theater of uit eten bij een restaurant.

"De mate van sociale isolatie varieert van volledig binnenblijven tot niet of minder vaak uitgaan", constateert de organisatie. "Sociale isolatie komt zes keer vaker voor onder deelnemers met een ernstige afweerstoornis en bijna drie keer vaker onder deelnemers met een andere medische aandoening dan onder deelnemers zonder medische aandoening."

Ook blijven mensen vaker thuis om dierbaren niet te besmetten of omdat ze niet zeker zijn welke risico's zij zelf lopen bij een besmetting. Daarnaast is er een groep die zegt na het afschaffen van de maatregelen stapsgewijs weer aan sociale activiteiten te zullen deelnemen.

Mensen in isolatie voelen zich eenzaam en onbegrepen

Thuisblijvers missen sociale contacten en voelen zich eenzaam en onbegrepen, aldus het onderzoek. De grootte van de diverse groepen kan het RIVM niet vermelden.

Minister Ernst Kuipers (Volksgezondheid) kan zich voorstellen dat mensen met een kwetsbare gezondheid, die bijvoorbeeld een verminderde afweer hebben, voorzichtiger zijn en blijven.

"Maar ook vóór corona waren deze mensen bevattelijker dan anderen voor griep of een ernstiger verloop van een andere infectie." Volgens de minister is "de realiteit helaas dat corona een van de vele infecties" is. "Het is een vervelend virus dat niet meer weggaat. Voor sommige mensen betekent dat meer dan voor anderen."