Zestigplussers kunnen vanaf zaterdag tweede boosterprik krijgen
Mensen van zestig jaar en ouder kunnen vanaf zaterdag een tweede boosterprik tegen COVID-19 krijgen, schrijft minister Ernst Kuipers (Volksgezondheid) vrijdag in een Kamerbrief. De groep kan drie maanden na de laatste vaccinatie of een coronabesmetting een afspraak inplannen voor de oppepprik.
Eerder op de dag adviseerde de Gezondheidsraad het kabinet om de tweede boostervaccinatie beschikbaar te maken voor zestigplussers, omdat het aantal coronabesmettingen in Nederland groot blijft.
Zeventigplussers, bewoners van verpleeghuizen, volwassenen met het syndroom van Down en volwassenen met een ernstige immuunstoornis kwamen al in aanmerking voor een tweede boosterprik. Deze groepen waren telkens als eerste aan de beurt voor een prik. Bij hen zal de bescherming tegen COVID-19 ook het meest zijn afgenomen.
Voor de rest van de volwassenen is een nieuwe oppepprik nog niet nodig, oordeelde de raad.
Na verloop van tijd neemt de bescherming van een coronavaccinatie af. Zestigplussers lopen ten opzichte van jongere mensen een groter risico om met COVID-19 in het ziekenhuis terecht te komen. Daarom wordt een tweede booster aangeraden voor zestigplussers die langer dan drie maanden geleden gevaccineerd zijn of besmet zijn geweest met het coronavirus.
De Gezondheidsraad vindt het niet nodig de immuniteit van de gehele Nederlandse bevolking op peil te houden met nieuwe boosterprikken. In plaats daarvan wil de raad een werkwijze waarbij specifieke doelgroepen snel een boosterprik kunnen krijgen als de epidemiologische situatie daarom vraagt.
